De functie die mij was beloofd, is aan iemand anders gegeven.
Eigenlijk moest ik het weten.
Voordat mensen zeggen ‘a kis’ yu mooi’ wil ik het even uitleggen, want mi a no soso boto.
Ik ben al jaren lid van een politieke partij. Niet zomaar een lid hor. Ik ben actief, woon alle vergaderingen bij, ik doe mee aan campagnes, huisbezoeken. Wat ik ga vertellen is jaren terug gebeurd.
In Suriname weten we allemaal hoe het eraan toe gaat als de verkiezingen naderen: propaganda voeren, huis aan huis gaan, overal vlaggen zetten, flyers uitdelen, mensen overtuigen.
En meestal zijn het de mensen op de lijst van DNA of de RR-kandidaten die je voorop ziet lopen, omdat ze de stemmen nodig hebben om binnen te komen.

Ik was toen een felle propagandist voor een bekend persoon op de DNA-lijst van een grote partij. Eerlijk gezegd deed ik het omdat ik in hem geloofde.
Ik zag potentie in hem. Ik wist: als hij daarboven komt, dan kan hij iets betekenen voor het volk en natuurlijk ook voor mij.
Ik werkte toen al jaren bij de overheid. Mijn promotie lag al lang vast, maar geen enkele regering wilde het accorderen.
Toen deze man zich kandidaat stelde, kreeg ik hoop. Ik dacht: met hem komt het goed want ik kende hem daarvoor ook al heel goed.
Toen zijn propagandateam werd gevormd, werden er veel beloften gedaan. Aan iedereen. Maar ik had iets specifieks op het hart. Ik sprak hem apart en zei:
“Ik zoek geen nieuwe positie hoor. Ik wil gewoon dat je helpt met wat mij toekomt. Ik heb recht op mijn bevordering.”
Hij keek me aan, glimlachte en zei:
“Je werkt zo hard voor de partij. Maak je geen zorgen. Als wij winnen, zorg ik dat je afdelingshoofd wordt.”

Misschien was ik dom. Maar dit was niet zomaar iemand. Mi bribi. En bovendien ik had de ervaring, de scholing, de kennis. Ik kon die functie bekleden.
Toen de verkiezingen dichterbij kwamen, werd de strijd harder. Ik ging er vol in. Mi kosi sma, mi beledig sma om mi partij en om hem.
Achteraf denk ik: liever had ik gewoon rustig mijn ding gedaan. Ik heb ruzie gemaakt met zoveel mensen. Mi nanga tra sma pori want ai ik werk voor wat me beloofd was. Voor niets hor.
Okay verkiezing hori, en onze partij heeft gewonnen, grandioos. En toen zag ik zijn ware aard.
Ik was zo blij. Eindelijk dacht ik: mi san kan seti now. De man voor wie ik al die tijd propaganda had gevoerd, werd minister. Niemand was blijer dan ik.
Mijn directoraat viel niet onder zijn ministerie, maar de minister daar was ook van dezelfde partij. Dus ik vertrouwde erop dat een goed woord veel kon doen.
Je weet als een regering heeft gewonnen, zijn de ministersposten snel ingevuld. De ministers worden kort na de inauguratie benoemd.
Maar de andere functies zoals directeuren, onderdirecteuren, afdelingshoofden, de invulling van raden duurt even. Ik volgde de ontwikkelingen op de voet.
Ik stuurde berichten, bleef beleefd. Geen reactie. Soms werd ik op blauw gelaten.

En toen… hoorde ik geluiden op de werkvloer dat iemand anders afdelingshoofd zou worden. Ik belde en appte maar geen reactie.
En ja, a functie san de be beloof mi, wan tra sma kis’ eng. Ik was teleurgesteld. Niet zozeer omdat ik dacht dat ik de enige was die het verdiende, maar omdat ik niks gehoord had.
Als ik je app en je reageert en me tenminste zegt wat gaande is, kon ik het maybe begrijpen ma ik app en je laat me op blauw.
Ey daarom toch den tak’ te sma ab macht leer je ze echt kennen. Na yu kon beloof mi dus als het niet meer lukt, omdat de koek nu anders verdeeld zal worden dan zeg je me toch.
Ma ja ik was ook dom want een minister kan niet bepalen wie wat krijgt. De coalitiepartners spreken dat af. Ma goed. Mi lib’ a sani.
Mi biging focus tap mi bevordering san mi be moes kisi, geen geluid, geen beeld. De persoon die constant updates zette in de appgroep was nu stil en niet bereikbaar.
Of hij reageerde selectief. Ik had twee jaar gevochten mi sjie tak nee als ik op hem wacht m’o rest nul.
Ik heb zelf een beleefde brief geschreven naar de nieuwe minister en de nieuwe directeur waarin ik ze heb voorgehouden hoelang ik werk en wat ik allemaal in die tijd heb gedaan.

Ik legde uit hoe lang ik al werkte, wat ik had bijgedragen, en wat de wet zegt over mijn recht op bevordering.
Mensen ik ben netjes ontvangen door de minister en de directeur en binnen zes maanden had ik mijn bevordering.
Met de bureaucratie heeft de verhoging die daarmee gepaard gaat wel langer op zich laten wachten maar mi kis’ mi sani, dankzij de nieuwe minister en directeur.
Ik heb me les geleerd. Ik ben nog steeds trouw aan mijn partij hor, maar propaganda voeren doe ik nooit meer zoals ik dat heb gedaan.
Want sommige mensen vergeten je zodra ze krijgen wat ze willen. En wij hier beneden, wij schelden, vechten, breken vriendschappen, allemaal om mensen te verdedigen die elkaars vrienden blijven, ongeacht de partij.
Dus mijn boodschap aan iedereen: scheld niemand uit om politiek. Por’ nanga sma no abi nut. Stel je vertrouwen niet in beloften van mensen, maar in je eigen werk, prestaties, kennis en ervaring.
Er is altijd iemand die ziet dat je recht hebt op wat je verdient en die zal op het juiste moment helpen.
En ja, niet iedereen die hogerop komt, vergeet hun mensen. Er zijn ook echt leiders die omkijken.
Maar ik? Ik doe het nooit meer. Mi leer mi les…
—EINDE—

