Ik was 12 toen mijn vader vertrok. Ik was jong, maar ik begreep alles. Hij had een vriendin, een jonge dame. Als het nu was, zouden we zeggen side chick. Mijn moeder vertelde ons later dat die dame niet haar probleem was. Mijn vader heeft altijd schatjes gehad, maar dit was anders. Mijn vader was bereid alles op te geven voor deze dame en hij liet ons gaan.
Niet de man die ergens anders is, maar ervoor zorgt dat zijn kinderen alles hebben. Nee, hij vergat ons alsof we nooit bestonden. Mijn moeder stond er vanaf dat moment alleen voor. Een vrouw die zelf nauwelijks geld had, maar wel drie kinderen die elke dag eten nodig hadden, schoolgeld, kleren, schoenen, aandacht, liefde… alles wat een vader hoorde te geven. Maar papa had nooit geld. Niet voor eten, niet voor de school, voor niets. En we zagen hem zelden.
Vincent stopte al snel met bellen. Melissa vroeg op den duur niet eens meer naar hem. Maar ik bleef hopen.
Onze moeder werkte als schoonmaakster voor twee rijke families op Noord die gelukkig heel lief en goed voor haar waren. Ze werd goed betaald en kreeg een goede behandeling. Ze stond vóór zonsopgang op om voor ons te koken voordat ze uit huis ging. Soms zag ik haar heel lang bezig met een calculator of ze was ver weg in gedachten.

“Het gaat wel, schat,” zei ze altijd wanneer ik vroeg of er een probleem was. Maar ik wist dat ze het moeilijk had.
Toch lukte het haar…
We hadden niet veel, maar aten elke dag. Ze stuurde ons naar school en we deden ons best. Mijn moeder was een hele lieve en zachtmoedige vrouw. Het zat niet in haar om iemand kwaad te doen. Elk jaar als onze vader jarig was en op Vaderdag stuurde ze ons om te bellen. Toen we jonger waren deden we het, maar later niet meer.
Vincent en Melissa werden heel boos op haar, maar ik denk dat ik het hart van mijn moeder heb. Ik stuurde altijd een bericht waarop ik gewoon een duim kreeg. Mama heeft geen man meer genomen, maar haar goede hart zorgde voor de beste werkgevers die hielpen onze studie te betalen. Mama stopte alles wat ze had in de zorg van haar kinderen.
Ik werk als accountant bij een bekend accountantsbureau in Suriname.
Vincent werkt bij Newmont en Melissa rond haar studie af op FHR
Alles dankzij die vrouw die zichzelf vergat, zodat wij konden bestaan.

Jaren gingen voorbij zonder dat mijn vader iets van zich liet horen. Totdat hij ziek was en opeens wist dat we bestonden. Hij belde mijn moeder en zo lief als ze was, raakte ze helemaal in paniek en zei ons dat we onze vader moesten gaan bezoeken.
Wij wilden niets van hem horen dus niemand ging. Ik stuurde wel een app om hem beterschap toe te wensen.
Maar toen begon hij rond te vertellen dat onze moeder ons tegen hem had opgezet. Dat ze “slechte dingen over hem had verteld”. Het nieuwe bereikte mijn moeder en die begon te piekeren over wat de familie over haar zei.
Mijn tante had lef om helemaal thuis bij mijn moeder te komen om haar te zeggen dat wat ze doet niet goed is. Dat de kinderen ook van haar broer zijn en dat ze nu alleen wil genieten.
Ik werd die dag gebeld door Melissa dat mama huilde en ik hoorde Vincent tekeer gaan op de achtergrond.
Toen ik aankwam en hoorde wat er gebeurde, kon ik Vincent kalmeren. Maar mama begreep het nog niet. “Oe go luku un’ ppa me begi unu, Marcia”, smeekte ze. Vincent reed boos weg en vroeg me om met mama te praten. Melissa zat de hele tijd op haar telefoon en zei alleen “mama ik ga niet hor”.

Mijn broertje en zusje keken alleen naar mijn vader en zijn familie, maar ik wist dat mijn moeder aan het stressen was, dus ik ging op bezoek bij mijn vader.
Hij woonde bij een tante. Ik schrok toen ik hem zag. Hij was oud en mager en nog steeds een domme trots die je zo boos maakte dat je wilde bossen.
“Ai na omdat un’ ab’ moni. Grontapu na asi tere yere. A no so mi ben de. Kande oe denki mi aksi fu kon so. Alasma o owru en siki wan dei”, zei hij.
Ik vroeg me af hoe ik Vincent en Melissa zou kunnen overtuigen om iemand te komen zien met zo’n gedrag.
Ik zei niets. Want ik had geen woorden om hem uit te leggen dat ik niet hier hoef te zijn zonder hem te disrespecteren.
Op een dag werden we gebeld door familie van vaderskant. We moesten komen.
We kwamen in een woonkamer gevuld met ooms en tantes. Allemaal broers en zussen van papa. Allemaal met meningen over kinderen die ze nooit hadden opgevoed.

Oom Jack begon:
“A no kan tak’ Mozes abi ptieng san ab’ eng bun en hij moet zo leven!”
Tante Hellen stond op:
“Rustig Jack, a geers lek’ y’e val den ptieng aan now. We willen de kinderen alleen vragen om hulp.”
Tante Emelien viel in:
“Mi dat no kon dja fu arki str*nt yere Jack. Nooit Mozes luku den ptjieng dus eigenlijk verdient hij niks. A no fa san dat’ mi kon dja. Toen ik Mozes waarschuwde nanga a jongu wentje a be tek’ mi lek spotu. Nu is ze nergens te vinden. Ie sa’b omeng leisi mi sen Mozes fu opo luku den ptieng. Mannen vergeten dat ze die kinderen die ze vandaag niet verzorgen nodig zullen hebben morgen. Iem de eerlijk Jack. Mozes moet niets vragen aan deze kinderen.”
Daar ging het los. Alle ooms vielen tante Emelien aan. Ze kreeg steun van tante Hellen en anderen. En wij zaten rustig en wisten niet wat te doen.

En toen sloeg oom Jack met zijn hand op tafel.
“Kinderen moeten luisteren als ouderen praten! Klaar punt uit”
Ik keek hem recht aan.
“We zijn niet verplicht iets te doen voor papa. Waar was hij toen we hem nodig hadden?”
De kamer werd stil.
Uiteindelijk kwam het neer op één verzoek:
“Neem jullie vader in huis.”
Wij keken elkaar aan. Niemand wilde. Ik kon niet en Vincent en Melissa hadden al helemaal geen ruimte in hun leven voor een man die hen nooit als kinderen had behandeld.
Dus stelde ik iets anders voor: thuiszorg.
Het was duur, dus niemand wilde het betalen en ik kon het niet alleen. We besloten dus om hem in een overheidsopvang te zetten.
Vincent en Melissa wilden niets weten, dus ik betaalde alleen. Ze gingen niet op bezoek. Geen verjaardagswens, geen telefoontje. Niets.
Ik ging langs als ik ruimte had en elke keer als het personeel protesteerde, maakte ik me zorgen over mijn vader. Ik ging dan even om te kijken of alles goed ging. Toen hij zieker werd, vroeg hij of Vincent en Melissa wilden komen. Het heeft me veel tijd en moeite gekost om ze te overhalen, maar ze kwamen.

Hij lag op bed, mager, zwak, bijna niet meer de man die ooit besloot dat chillen en jonge dames belangrijker waren dan kinderen.
Die dag vroeg hij voor het eerst oprecht vergeving voor wat hij ons en onze moeder had aangedaan. We vergaven hem en een maand later stierf hij.
We gaven hem een waardige begrafenis.
Maar ik leerde iets dat ik nooit meer vergeet:
Veel vaders denken dat kinderen hen vanzelf zullen opzoeken als zij ouder worden…
Maar dat gebeurt niet altijd. In ons geval was ik er tenminste om mijn broertje en zusje te overhalen het minimale te doen, maar niet iedereen denkt zoals ik.
Mijn vader heeft de laatste dagen van zijn leven alleen doorgebracht zonder een van de vrouwen achter wie hij rende, zonder familie en zonder zijn kinderen.
Het enige is dat hij zijn zieke laatste dagen in een beetje comfort kon doorbrengen, maar zonder de warmte van de mensen die echt om hem gaven.
—EINDE—

