De broeder van de kerk die we ‘Jozef’ noemden…

Posted by:

|

On:

|

De eerste keer dat ik hem zag moest ik keihard lachen. Toen broeder Furgel de kerk binnenstapte gingen de meeste jongeren van de kerk plat van het lachen. Hij kwam gekleed in een oranje lange mouw satijn hemd, een broek groene broek en een das met blauw witte strepen. Aan zijn voeten een zwart witte Nike Converse. Ik hoorde Amanda tegen Kim zeggen: ‘Zuster masra yere ju begi’. Ik lachte en Kim was like: ‘Taigi Masra tak’ mi no wani’. Amanda had haar hand over haar mond gezet om niet luid te lachen.

Na de dienst merkte een van de jonge een opmerking over “Jozef met de veelkleurige mantel” was, vanwege de vele kleuren die hij droeg, en vanaf dat moment had broeder Furgel zijn bijnaam ‘Jozef’.

In het begin lachte ik mee. Maar week na week zag ik hem gewoon dienen. Hij hielp stoelen dragen, de sound regelen, hij bezocht trouw alle diensten. Ik denk niet dat hij door had dat hij werd uitgelachen. Hij bleef smilen, bleef komen en hielp altijd.

Op een dag na de Bijbelstudie besloot ik mijn stoute schoenen aan te doen en vroeg hem:

“Broeder Furgel. Waarom trek je zo aan?

Hij keek me verward aan.

“Wat is er met mijn kleren? Dit is wat ik heb.”

Toen wist ik wat er aan de hand was zei ik: “Er is niets mis met je kleren… maar je combinaties zijn een beetje off. Deze broek, bijvoorbeeld, zou veel beter staan met dat hemd van vorige week.”

Hij keek even verlegen naar me en zei: “Okay, ik heb gehoord. Ik ga proberen.”

Sharon zag me na de Bijbelstudie met hem praten. Dus die zaterdag, toen we hem zagen binnenkomen en de groep begon te giechelen, maakte Sharon een grapje:

“Baja oe no lafu Jozef yere, straks wordt zijn vriendin boos.”

De hele groep barstte in lachen uit. Mijn gezicht werd rood, en ik ontkende snel. “Hij is niet mijn vriend!” Maar vanbinnen was ik boos.

Na de jeugddienst probeerde hij met me te praten, maar ik kapte hem meteen af.

De volgende zondag kwam hij vroeg, en zag er anders uit. Niet perfect, maar wel veel beter. Hij liep naar me toe en vroeg:

“Is me kleding vandaag goed?”

Ik slikte, deed alsof ik de anderen die giechelden niet hoorde, en zei:

“Ja. Maar als je wilt, ken ik iemand die je echt kan helpen.”

Ik bracht hem in contact met mijn neef, die gevoel had voor stijl. De transformatie ging langzaam maar zeker. De week erna, toen hij naar de kerk kwam, veranderde de hele sfeer. Dezelfde jongeren die hem ooit uitlachten, zaten nu in stilte te kijken. Hij zag er echt goed uit. En toen onze ogen elkaar kruisten, kon ik niet anders doen dan smilen.

“Ie set’ kon,” zei ik

“A style e waka toch, Thank you,” zei hij terwijl hij 360 graden draaide en lachte.

Ik lachte en liep naar binnen omdat de voorbede zou beginnen. Vanaf die dag spraken we meer en was ik de persoon die hij vroeg om advies als hij niet zeker wist of zijn kleding goed was, en ik gaf dat advies zonder er veel bij stil te staan.

Maar toen begonnen de problemen.

Plotseling begonnen er geruchten rond te gaan dat ik hem leuk vond, dat ik hem wilde, dat ik desperate was voor een man. Het deed pijn, want ik wist dat mijn bedoelingen zuiver waren. De roddels namen toe en mensen begonnen te vertellen dat we in het geheim een relatie hadden. Ik was moe van alles

Dus deed ik het enige waarvan ik dacht dat het de rust zou herstellen: ik stopte met hem te praten. Ik ontweek hem tijdens de diensten, deed alsof ik zijn pogingen niet zag, en stopte zelfs met complimenten geven. Diep vanbinnen hoopte ik dat hij de hint zou begrijpen en me met rust zou laten.

Uiteindelijk begreep hij het, en liet hij me met rust. Maar toen begon het schuldgevoel. Want terwijl ik druk bezig was mezelf te beschermen tegen geroddel, besefte ik dat ik iemand in de steek had gelaten die me nooit kwaad had gedaan. Hij had nooit mijn aandacht geëist, nooit iets van me gevraagd.

Het keerpunt kwam op een middag toen ik merkte dat hij ondanks alles nog steeds trouw was. Hij kwam naar elke dienst, werkte hard, en lachte nog steeds vriendelijk als hij me zag.

Op dat moment drong het tot me door dat ik de mening van anderen had toegelaten om mij blind te maken voor wie hij echt was. Die avond nam ik een besluit om hem te behandelen als alle andere broeders in de kerk, ongeacht wat mensen zouden zeggen. Want de waarheid was, er was iets aan hem dat me aantrok.

En ja om een lang verhaal kort te maken. We raakten na een tijdje verliefd op elkaar en trouwden. Nu lachen we vaak om de dagen dat zijn kleren een regenboog waren. Nu is hij echt een fashion king. Hij helpt me zelfs mijn kleren, tassen en schoenen te combineren. Soms, als we grappen maken, zeg ik tegen hem: “Als ik je die dag niets had gezegd, zou je nog steeds rondlopen in de mantel van Jozef.” Hij lacht en zegt dan altijd: “Ja en zou je vandaag misschien niet hier naast me zijn.”

Wat heb jij geleerd uit dit verhaal?

—EINDE—