De strijd om mijn kind

Posted by:

|

On:

|

Tien jaar. Dit is het aantal jaren dat ik heb geleefd tussen hoop en pijn. Mijn naam is Sheila. Ik ben tien jaar getrouwd met een man die ik liefheb met heel mijn hart, maar die tien jaren waren gevuld met een leegte die niet gevuld kon worden.

Rodrique en ik leerden elkaar kennen in de kerk. Hij was lief, grappig, vurig voor God. Onze relatie was als een gebedsverhoring. We trouwden jong, maar we wachtten bewust twee jaar met kids. Een kind kwam met grote verantwoordelijkheden, aangepaste schema’s, minder tijd dus gingen we akkoord om de eerste twee jaren alleen met elkaar door te brengen, leuke dingen te doen, reizen, elkaar beter leren kennen en te plannen voor de toekomst.

Achteraf gezien denk ik dat er altijd een schaduw was, nog voor ik ooit zwanger werd. In de maanden waarin ik verlangde naar een kind, kreeg ik dromen waarin een onbekende vrouw mij zei dat het moederschap mij niet was gegund. Ik wuifde het weg en vertelde niemand. Ik bad gewoon erover en citeerde beloften uit Gods Woord zoals “Kinderen zijn een erfdeel van de Heer.”

Toen ik voor het eerst zwanger raakte was ik die dromen vergeten. Rodrique kon zijn vreugde niet verbergen. Hij had binnen een maand de hele babykamer ingericht met lichtgroene muren, muur decoratie zou komen als we wisten wat het geslacht was. Hij kocht een baby bed, autostoel, alles, alleen kleding zouden we samen uitkiezen. Hij noemde me ‘mama’ nog voordat mijn buik begon te groeien.

Maar 7 weken later, begon het bloeden. En nu ervaarde ik zelf de pijn van het verliezen van een kind. Rodrique huilde stilletjes. Hij hield zich groot, voor mij. Maar ik hoorde hem ‘s nachts bidden en God vragen om kracht. We baden, smeekten, en beloofden elkaar dat God het zou keren.

De tweede keer durfde ik nauwelijks te glimlachen bij de positieve test. Maar Rodrique… hij danste in de woonkamer. “God heeft ons gezien,” zei hij, terwijl hij me optilde. Toen kwam weer een droom.

Ik zat in een open veld met een kind. Een vrouw verscheen in een lange, witte jurk, haar gezicht was onduidelijk, maar haar stem helder. Ze riep mijn kindje bij naam, een naam die ik nooit had gedeeld. Het kindje draaide zich om, lachte, en liep naar haar toe. Toen ik opstond om het terug te halen, verdwenen beiden.

Ik werd wakker en bad. Dagen later begon opnieuw het bloeden.

En opnieuw… de pijn. Dit keer zakte ik letterlijk op de badkamervloer in elkaar. Ik huilde, riep, smeekte. “Waarom neemt U ze steeds van mij weg, Heer?”

Rodrique was stil. Hij bracht me naar bed, streelde over mijn gezicht. Maar zijn gebeden… die waren die avond niet te horen. De zondag erop bleef hij thuis.

De derde keer toen ik zwanger raakte durfde ik het niemand te vertellen, zelfs Rodrique niet meteen. Ik wilde niet hopen. Ik wilde niet meer stukgaan, maar hij kwam erachter. Rodrique en ik baden. We vastten zelfs drie dagen. Ik herinner me hoe ik die ene nacht mijn bloes nat huilde. Ik wees God op Zijn belofte. “U zegt toch in Uw Woord dat U de onvruchtbare vrouw een thuis geeft, haar tot een blijde moeder maakt? Maak mij dan blij, Heer. Wees trouw aan Uw naam”

Ik herinner me dat ik de woorden van Hanna bad met gebalde vuisten: “Heer, als U mij een zoon schenkt, dan zal ik hem aan U geven al de dagen van zijn leven.”

Maar de droom kwam weer.

Deze keer was er een monsterlijke gedaante. Haar gezicht was zwart, haar tanden lang. Ze achtervolgde me in een droom waarin ik mijn baby in een doek had gewikkeld. Ze gromde, rukte het kind uit mijn handen en verslond het. Ik werd schreeuwend wakker.

En vijf dagen later… opnieuw een miskraam.

De derde miskraam was de dag dat Rodrique zijn bijbel in de la stopte, en die nooit meer opende. Ik zag hem wegdrijven, niet van mij, maar van het geloof. Het was alsof hij God had losgelaten voordat God hem opnieuw pijn kon doen.

Ik bleef volharden in gebed. De dromen waren niet zomaar. Dat wist ik, maar de vierde keer bevestigde mijn vrees. Ik zat in de babykamer met mijn kindje in mijn armen. De kamer rook naar zwitsal, het bed stond naast me, alles leek vredig. Totdat een vrouw de kamer binnenkwam. Ze keek me recht aan en zei: “Dit is niet jouw kind. Jij zal nooit meer zwanger raken.”

Ze rukte het kind uit mijn armen. Ik schreeuwde. Toen ik wakker werd, wist ik dat ook deze zwangerschap voorbij was. Na de laatste droom werd ik werkelijk niet meer zwanger. Precies zoals de vrouw mij had gezegd.

Intussen vocht ik zes jaar alleen. Maar na nog twee jaar wachten zonder zwangerschap besloot ik eindelijk te spreken. Ik vertelde mijn verhaal in de vrouwen gebedsgroep. Zr. Martha, een oudere vrouw, keek me strak aan. “Heb jij ooit ruzie gehad met een vrouwelijk familielid over je moederschap?”

Ik dacht terug. Mijn moeder en haar halfzus, tante Hilda kregen twintig jaar geleden een vreselijke ruzie. Mijn moeder had me ooit verteld dat tante Hilda zei dat niemand in haar lijn het moederschap zou proeven zoals zij dat had gedaan. Dat haar zegen met mij zou eindigen.

Nu we de oorzaak wisten, begon de strijd. De vrouwen van de gebedsgroep vastten voor me. Na maanden van gebed sprak een van de vrouwen profetisch: “De vloek is verbroken. De vrouw in je dromen zal niet meer spreken. God herstelt je baarmoeder en jouw nageslacht zal Hem loven.”

Ondanks de openbaring was het niet gemakkelijk. Elke avond kwam een vrouw met mij vechten in de droom. Ik werd sterker dan voorheen en wist dat de overwinning dichterbij was. In de laatste droom die ik kreeg stond dezelfde vrouw aan het einde van een lange gang. Ze keek me aan, maar dit keer stond ik niet alleen. Achter mij stond een leger.

De vrouw fluisterde: “Geef me het kind.”

Ik antwoordde voor het eerst : “Dit kind is niet van jou. Jij hebt geen autoriteit hier.”

Ze probeerde het kind te nemen, maar dit keer ging een leger voor mij uit. Ze werd verslagen en verdween als stof in de wind. Eén jaar later raakte ik zwanger. Ik was eerlijk gezegd bang, maar ik vertrouwde op de Heer dat hij mij de overwinning had gegeven.

Precies na 9 maanden stond ik in de babykamer. Nu met mijn baby in mijn armen en deze keer kwam niemand haar halen. We noemden haar Jasmine, wat ‘geschenk van God’ betekent.

Wat ik heb geleerd

De strijd was niet alleen lichamelijk. Het was geestelijk. Er zijn vijanden die je nooit met het blote oog zult zien, maar die wel proberen te stelen wat jou beloofd is. Maar er is één naam die boven elke naam staat. Niet mijn gebeden, niet mijn tranen, niet mijn vasten, maar de autoriteit in de naam van Jezus heeft de ketenen gebroken.

Ik heb geleerd dat wanneer jij je identiteit kent in Christus, wanneer je Zijn waarheid uitspreekt met gezag, geen droom, geen woord, geen vloek je kan vasthouden. Rodrique heeft zijn geloof hervonden. Niet omdat alles makkelijk ging, maar omdat hij zag dat Gods liefde nooit loslaat, zelfs wanneer wij weggaan.

Misschien zit jij in je eigen strijd. Misschien bid jij al jaren zonder antwoord. Misschien heeft iemand vloekwoorden over je gesproken.

Ik wil je dit zeggen: Er is kracht in de naam van Jezus. Meer dan genoeg om te breken wat eeuwenlang vastzat. Meer dan genoeg om te herstellen wat onmogelijk lijkt.

–EINDE—