Het was 10 december. Safora stond in de avond bij het raam van haar kamer, haar voorhoofd zacht tegen het koele glas.
Buiten knipperden kleine kerstlichtjes in de netjes gesnoeide Fayalobi‑struiken van de buren.
Ze weerspiegelden als sterren in het raam, maar in Safora’s borst voelde het allesbehalve feestelijk.
Het was dat typische Surinaamse decemberweer: koel genoeg om kippenvel te geven, maar warm genoeg om herinneringen los te maken.

Haar laptop zoemde zacht. Het scherm flikkerde even, en toen verscheen Otniëls gezicht. Zijn glimlach was vertrouwd en toch pijnlijk ver weg. Zijn lippen waren droog van de kou, zijn stem een beetje hees.
“Je bent niet ziek toch?” vroeg Safora bezorgd. December in Nederland betekende kou, dikke sjaals en droge lucht.
“Nooit boi,” zei hij lachend terwijl hij met zijn tong langs zijn lippen ging.
Dit wat hij deed, maakte haar dag altijd mooier, maar het gemis zwaarder.
Hun avonden begonnen bijna altijd zo: videobellen tot diep in de nacht, vol grapjes, kleine irritaties, soms stilte. Stilte waarin ze elkaar alleen maar aankeken door het scherm, alsof hun ogen konden overbruggen wat de afstand onmogelijk maakte. In die blikken zat alles: liefde, verlangen, frustratie en hoop.

Otje en Safora waren al vijf jaar samen. De laatste twee jaar woonde hij in Nederland, op zoek naar een betere toekomst. Twee jaar hielden ze het vol. Twee jaar van liefde op afstand. Van gedeelde Netflix‑links, pakketjes met Surinaamse producten, money transfers, en digitale bosi’s vlak voor het slapen.
Ze hielden zielsveel van elkaar. Maar liefde zonder aanraking, zonder spontaniteit, zonder ‘ik kom even langs’, schuurt. Soms leidde dat tot onnodige ruzies en verwijten. Toch is de liefde altijd voelbaar, zelfs door een scherm.
Safora miste zijn geur het meest. Het rustige ritme van zijn ademhaling wanneer hij naast haar lag. In een long distance relationship zijn betekent voor Safora soms haar kussen stevig vasthouden tot haar armen pijn deden. Soms zacht huilen in het donker. En soms die gedachten… die rare, ongewenste gedachten over wat hij allemaal deed daar, zo ver weg, in die kou. Gedachten die geen enkele vrouw wil hebben als haar man er niet is.

De dagen voor Kerst waren altijd het moeilijkst.
Dit jaar zou Otje naar Suriname komen. Dat had haar hoop gegeven en door moeilijke dagen gesleept. Maar drie maanden geleden had hij haar gebeld.
“Mijn verlof is niet goedgekeurd.”
Safora was boos. “Ik zeg je al sinds vorig jaar om je verlof te boeken en je ticket te kopen, maar je luistert nooit!” Haar stem brak terwijl de tranen vrij spel kregen.
Twee dagen spraken ze niet met elkaar.
Nu, terwijl Kerst dichterbij kwam, dacht ze weer aan dat moment, want alles en iedereen lijkt nu samen. Koppels in matching pyjama’s, gezinnen rond kerstbomen vol lichtjes, radio’s die non‑stop liefdesliedjes draaiden.
En Safora zat alleen. Met haar telefoon in haar hand.

“Als hij naar me had geluisterd, was hij er dit jaar gewoon geweest”, dacht ze bitter.
Maar ruzie maken had geen zin meer. Ze had zich erbij neergelegd. Dit zou weer een Kerst zonder hem zijn.
Op 22 december zaten ze opnieuw aan de telefoon. Safora had haar nagels gedaan, haar haar netjes gestyled. Morgen had ze een kerstdiner en ze wilde hem alles laten zien, alsof zijn complimenten haar look pas echt compleet maakte.
Hij gaf haar complimentjes. “Babe kijk wat je met me doet”, zei Otje.
Safora keek op het scherm en lachtte: ‘Je bent echt naughty”
Hij vertelde dat hij tot laat moest werken en dat zijn neef morgen haar kadootjes zou leveren.
Ze spraken even over plannen voor december en het nieuwe jaar.

“Je krijgt je kadootjes morgen, maar als je echt alles zou kunnen krijgen, wat zou je dan wel graag willen voor Kerst?” vroeg Otje.
Safora keek naar het scherm. Haar keel kneep even dicht. “Alleen jou babe.”
Otje glimlachte en zei: “Dat antwoord had ik gehoopt.”
Ze spraken nog even en toen moest Otje naar het werk. Safora ging maar slapen.
Op 23 december werd ze wakker met dat vertrouwde, zware gevoel van gemis. De radio speelde ‘I’ll be home for Christmas’. Ze zuchtte en draaide het volume zachter.
Vandaag zou Otje’s neef langskomen met haar cadeaus en ze was benieuwd.
Ze miste Otje, maar hij had een drukke dag dus ze wachtte geduldig. Als haar pakketjes er al aren zou ze hem alles wijzen.
Later op de dag belde hij terug.

“Hi babe vandaag was drukker dan verwacht. Nu pas pak ik me telefoon weer. Wat heb je allemaal gedaan?” vroeg hij.
“Niets bijzonders hor, alleen opruimen. En jij?”
“Werken… en aan jou denken.”
Ze lachte. “Aai yere, kande ie no denki mi srefi.”
“Hahaha nee mang. Ala dei me denki yu.”
Ze ging bij het raam staan en zag dat het zacht begon te regenen. Safora maakte het raam even open en liet de koele wind langs haar gezicht strijken.
Plotseling zei Otje: “Babe je paketten zijn er. Me neef heeft me net geappt”
“Aaaah ik ben echt benieuwd wat je hebt gestuurd. Leg niet neer ik ga die spullen halen dan geef ik je een hele modeshow”, zei ze terwijl ze de telefoon op het bed legde.

Ze liep naar buiten, haar slippers nat op de tegels. Een auto stond bij de poort. De koplampen brandden fel.
Ze kneep haar ogen samen en wenkte om door te rijden.
De deur ging open.
En daar was hij.
Otniël. In een witte T‑shirt, een jeansbroek. Hij stapte uit met open armen en die brede glimlach die haar hart deed stoppen.
“Babe?” fluisterde ze, alsof haar stem twijfelde.
“Surprise,” zei hij. “Ik kan Kerst niet zonder jou vieren.”
Even bleef ze staan. Alsof haar ziel haar lichaam moest inhalen.
“Je hebt gezegd dat je niet zou komen”, zei ze huilend terwijl ze door haar knieën zakte in de regen.

Otje liep naar haar toe, tilde haar op. Toen ging ze rechtop staan en vloog in zijn armen. Voelde zijn warmte. Zijn geur. Zijn adem tegen haar hals. Haar tranen vermengden zich met de regen.
“Babe, waarom heb je dit met me gedaan…” snikte ze.
“Ik wilde je verassen,” fluisterde hij. “Ik heb je gemist, baby.”
Ze hielden elkaar minutenlang vast in de regen.
De wereld verdween. Er was alleen hij en zij — eindelijk samen.
Toen ze bijkwam gilde ze: “Otje me haaaaar”, maar het was te laat.
Ze wilde naar binnen rennen toen Otje haar stevig vasthield en kuste.

Ze wist al te goed wat deze kus betekende en liet zichzelf gaan.
“Ik heb je gemist baby”, zei Otje terwijl hij haar in haar nek kuste.
Ze gingen eindelijk naar binnen en wat daarna gebeurde, laat ik over aan jou als lezer.
Maar één ding is zeker in long distance relationships:
Soms is het mooiste kerstcadeau wat je kan krijgen, je partner in levenden lijve.
—EINDE—

