Ik heb geld en alles wat ik wil, maar ik ben niet gelukkig
Velle en ik leerden elkaar kennen op de Johannes Vrolijk school in Lelydorp.
Ik was gewoon een normale jongen uit Lelydorp. Ik kwam uit een gezin van vijf. Mijn moeder was huisvrouw en mijn vader werkte als wachter op de school. Mijn broers moesten al vroeg beginnen met werken om een bijdrage te leveren in het huishouden. Ik kende dagen waar we geen eten hadden, maar we hadden elkaar.
Chevelle was niet rijk, maar haar familie had net genoeg om van te leven.
We begonnen als vrienden op de muloschool.
Velle heeft echt alles voor me gedaan.
“Maak je niet druk, ik ga die stencils voor je kopiëren”, zei ze altijd.
Als mijn ego in de weg stond, stopte ze snel geld in mijn hand zodat ik de bus kon pakken.

“Ik heb brood voor je gebracht”. Zo maakte Velle het leven dragelijker voor mij op de muloschool.
Onze relatie begon officieel op het NATIN en kende veel tegenstand — vooral van haar vrienden en ouders.
‘Je gaat jezelf zomaar achterhouden met die arme jongen’, zeiden haar vriendinnen.
En misschien hadden ze toen gelijk. Ik had geen geld, maar ik had dromen. En ik wist wat ik wilde.
Velle stond altijd aan mijn zijde en verdedigde mij en mijn plannen als een thesis.
Na bleef mijn steun en hielp na het NATIN met het oprichten van mijn graphicsbedrijf. Twee jaar later gingen we samenwonen.

We begonnen met niets, behalve liefde, hard werk, elkaars steun en veel hoop.
Velle was eenvoudig. Ze eiste niet veel en was gauw tevreden. Ze kookte, waste en ondersteunde mij niet alleen financieel, ze gaf advies, als ik down was sprak ze mij de moed in. Toen mijn bedrijf begon te groeien nam ze ontslag om mij te helpen.
Langzaam kreeg ik alles waar ik in mijn jeugd van had gedroomd. En belangrijker nog: ik kon Velle eindelijk geven wat ze verdiende. Een huis, een auto, geld.
Maar met al het geld… belandde ik in andere kringen. Nieuwe vrienden, andere normen. Elk weekend waren we in de club; chillen, feesten, mooie vrouwen, alcohol.
Velle hield niet van die drukte. Zij bleef het bescheiden meisje van de muloschool. Ik vond haar saai want ik wilde genieten. Het begon klein, met een paar late avonden met vrienden.
Zij gaf me ruimte. Ik had veel meegemaakt, veel moeten opofferen om mijn doelen te bereiken, en zij gunde me mijn vrijheid en genot.
Maar hetzelfde geld dat mijn leven veranderde, was me langzaam aan het vernietigen.
‘Ricky als je zo doorgaat, raak je alles kwijt. Je vrienden zijn niet te vertrouwen. Je moet beter omgaan met je geld’, zei Velle.
Ik werd boos en vond een reden om weer uit huis te gaan.

Het was mijn geld en ik wist wat ik deed. Het leven met geld was heerlijk en langzaam vergat ik de persoon achter mijn rijkdom.
De eerste keer toen ze doorhad dat ik uitliep, huilde ze.
Ze vond condooms in mijn broekzakken, maar zei niets.
Vrouwen belden naar huis, maar ze ging nooit tekeer.
Ik kwam vaak dronken thuis — ze zei nooit iets. Ze bracht me naar bed, deed mijn schoenen uit, en de volgende ochtend stond ze vroeg op om soep voor me te maken. Ze besprak onze relatie met niemand.
Ze verdroeg alles, sprak veel tot me en bleef bidden.
Welke man krijgt zo’n vrouw? Ze kookte, waste, eiste niet veel geld, ging nooit tekeer en maakte mijn hoofd niet moe.
De dag waarop ze zei dat ze wegging, had ik niet zien aankomen.
We hadden geen ruzie. Ik kwam thuis aan van het werk en zag haar zitten met drie koffers.
“Ik heb geprobeerd, maar ik kan niet meer. Ik verdien dit niet. Ik ga weg, maar ik hoop het beste voor je”, zei ze met rode ogen en tranen over haar wangen.

Diezelfde middag vertrok ze naar haar zus. Ik liet haar gaan. Tenminste kon ik nu iemand kiezen met wie ik samen kon chillen.
Niet lang daarna vond ik Stacy.
Ik deed alles voor haar. Mijn pinpas bleef bij haar, maar geld was nooit genoeg.
“Ik ben niet je slavin, zoek iemand om schoon te maken, je kleren te wassen en te koken”, had ze vanaf het begin gezegd. Ik had geld dus ik deed dat.
Acht maanden later kreeg ik problemen binnen het bedrijf. Van Stacy kwam geen enkele vorm van steun of medeleven. Als ze tot me sprak wilde ze geld. Ondanks de moeilijke tijden probeerde ik haar tevreden te houden.
Maar toen zaken echt vastliepen, verdween Stacy. Ze was niet eens bereid mij geld te lenen om zaken in orde te maken. De schulden liepen op en ik wist niet meer wat ik moest doen.
Mijn vrienden hadden plotseling ook geen geld meer. Mijn enige hoop was Velle.
Ondanks alles leende ze me geld en hielp me weer op de been.
In die periode… besefte ik pas echt wat ik had verloren.

Ik vroeg haar om opnieuw te starten, maar ze weigerde.
Nu leef ik met de pijn die ik zelf heb gecreëerd.
Er is geen dag dat ik haar niet mis.
Ik had goud in handen… maar ik behandelde het als zand.
Soms, als ik alleen thuis ben, denk ik aan wat ons leven had kunnen zijn.
Alles wat ik hoop… is dat ze me ooit vergeeft en weer mijn vrouw wordt.
Wat zou je doen als jij Velle was? Zou je hem vergeven?
—EINDE—
Dit verhaal is geïnspireerd door het lied “Troe Troe Lobi” van Ragmad Amatsam
Disclaimer: Dit verhaal is fictief en geïnspireerd door de thema van het lied. Het verhaal geeft niet per se de ware betekenis of persoonlijke gedachten van de schrijver/artiest weer. Alle rechten van het lied behoren toe aan de oorspronkelijke makers.

