Mi boi dede, de pijn vergeet ik nooit

Posted by:

|

On:

|

Weet je hoe ik wist dat mijn kind d00d was? Op facebook…

Iemand had een foto gedeeld, een foto die ik nooit had mogen zien. Het was mijn zoon, levenloos op de grond. Mijn Jurmen, mijn oudste kind.

Geen enkele moeder wil haar kind zo zien. Je wil nieteens horen dat je kind d00d is laatstaan dat je je kind levenloos op de vloer zie liggen. Een kind dat voor het laatst uit huis ging om te voetballen.

Hij had een hele fles verd3lgingsmiddel ingenomen.

Wat daarna kwam, was erger dan de pijn die ik voelde als moeder. Mensen schreven van alles. Dat hij maar kon gaan als hij het leven niet waardeerde, dat het zeker om een vrouw was, dat hij dom was. Mensen die ons niet kenden, maar ook mensen die ons zagen maar niets wisten.

Men zei dat ik een slechte moeder was. Dat Jurmen te veel verantwoordelijkheden droeg doordat hij op zijn broertjes moest letten.

Maar niemand kende ons verhaal. Niemand wist wat er echt speelde achter onze voordeur.

Ik was tien jaar eerder gescheiden. Een harde breuk, maar ik had mijn kinderen.

En ik had Jurmen, mijn oudste, mijn zon in donkere dagen.

Hij was pas zeven, maar hij was mijn grootste troost zonder dat hij het wist:

“Ma, gaat het met je?”, vroeg hij vaak.

Ik moest lachen, maar ik huilde ook. Hij bracht water voor me, zat naast me, nam de zakdoek als ik huilde.

De jaren gingen voorbij. Hij was mijn kind, maar soms leek het alsof hij mijn beschermer was.

Hij voelde wanneer iets me pijn deed zonder dat ik iets zei.

Als ik thuiskwam van het werk en mijn gezicht verraadde dat ik moe was, hoorde ik hem al vanuit de keuken roepen: “Ma, ga zitten hoor. Ik doe het wel.”

Jurmen had iets dat je niet kon uitleggen: een volwassenheid die niet in zijn leeftijd paste en een zachtheid die je zelden ziet bij jongens van zijn leeftijd.

Hij was nieuwsgierig, scherp, gevoelig, maar ook grappig.

Hij kon de sfeer in huis met één opmerking veranderen.

Soms praatten we tot laat in de nacht.

Over school, vriendschap, politiek, veilig seks, sport, over alles.

Hij zei eens: “Ma, mensen dragen maskers, maar ik wil liever echt zijn.”

Hij was pas 15. Ik weet nog dat ik hem toen aankeek en dacht: hmm wat een kind heb ik.

Toen hij ouder werd, werd hij mijn rechterhand.

Hij hielp met zijn broertje, bracht hem naar huiswerkbegeleiding, en als ik uit de middagdienst kwam, stond er soms al eten op het vuur.

Hij kon koken als geen ander. Soms stond hij met een handdoek over zijn schouder te zingen terwijl hij roerde in de pot, en zei hij: “Ma, vrouw no mang pina mi yere booi. Mi na chefkok?”

Hij was negentien, maar hij dacht als een man.

En dat was niet omdat hij moest. Ik gaf hem ruimte om jong te zijn.

Hij ging uit, hij voetbalde, hij lachte.

Maar hij had ook die diepte in zich, dat vermogen om mee te voelen met anderen, en soms, nu ik terugdenk, was dat misschien zijn zegen en zijn last.

Ik zei hem altijd: “Wat er ook is, kom bij mij. Voor alles.”

En hij deed dat. We hadden de moeilijkste maar ook de leukste gesprekken. Tenminste ik dacht dat hij me alles vertelde.

De dag dat hij zijn leven nam, leek een gewone dag.

Ik kwam thuis van werk, moe, en stond op het punt om te koken.

Hij zei: “Moeder, no spang mo set’ eng. Ga slapen.”

Hij vroeg nog: “Wil je okersoep of zal ik het stoven?”

Ik zei: “Doe wat je wil.”

En ik wist dat het gestoofd zou worden, want hij hield van gestoofde oker.

Maar toen ik later wakker werd, rook ik soep.

Ik lachte. “Hij denkt niet alleen aan zichzelf,” dacht ik.

Er lag een briefje: ‘Je verdient die soep ma. Ik ben Jamil gaan halen. We zijn zo terug.’

We aten later samen. Alles was normaal, later vertelde hij dat hij ging voetballen.

En dat was het. Dat was de laatste keer dat ik mijn kind levend zag.

Tegen tien uur in de avond kreeg ik dat beeld op mijn telefoon.

Ik kam op de plek aan en ik wilde rennen, schreeuwen, hem vasthouden, maar ik kon niets.

Van de politie mocht ik niet dichtbij komen, maar mijn lichaam werkte niet meer.

Vanaf die dag kon ik geen okersoep meer eten. Het smaakt naar pijn en verlies.

Na de begrafenis kwam zijn vader naar me toe. Hij zei dat Jurmen twee weken voor zijn d00d bij hem was geweest.

Dat hij had gevraagd hoe je als man een heartbreak verwerkt. Dat hij zijn vriendin met een ander had gezien en het niet aankon. Toen hij haar confronteerde zei ze dat het uit was.

Ik luisterde.

En in mij groeiden vragen, die me tot vandaag achtervolgen:

Waarom kwam hij niet bij mij? Waarom zei zijn vader niets? Zou ik dit kunnen voorkomen als hij met me had gesproken?

Ik heb de vader heel lang kwalijk genomen, maar zoals men het zegt wie een hond wil slaan kan gemakkelijk een stok vinden.

De vragen gaan niets veranderen. Antwoord zal ik nooit krijgen.  

Mensen blijven praten als deze dingen gebeuren, maar niemand kent de nachten, de gesprekken, de liefde, de moeite die ouders, familie en vrienden soms stoppen in een goede relatie.

Niemand weet hoe hard ik als moeder heb gevochten om alleen voor mijn kinderen te zorgen.

Er gaat geen dag voorbij dat ik me niet afvraag wat ik gemist heb. De laatste maanden, weken en dagen van zijn leven speel ik regelmatig af in mijn hoofd om te zien of ik iets had gemist, als hij misschien iets had gezegd. Maar hoe vaak ik bezig ben, ik vind niets.

Wat ik wel weet, is dat mijn zoon en ik een goede band hebben gehad. We spraken over zoveel, maar het ding dat hem zijn leven kostte is nooit aan de orde gekomen.

Moraal van het verhaal:

Oordeel nooit over mensen in situaties waarvan je het verhaal niet kent. Social media toont alleen beelden of gebeurtenissen, maar niemand weet echt hoe de relatie met de nabestaanden was.

Mensen kunnen soms alles goed doen en toch hun dierbare verliezen. Soms zijn er geen signalen, geen woorden, geen waarschuwing. Alleen de shock en een leegte die nooit meer gevuld kan worden.

Blijf praten met je kinderen en luister vooral naar ze. Als je iemand hebt verloren aan zelfm00rd, weet dan dat je geen slechte ouder/vriend/zus etc. bent.

Je bent mens en soms is liefde en al die gesprekken niet genoeg om de deur te openen naar iemand pijn of gedachten. Die mooie momenten die jullie hadden zijn wel genoeg om hen voor altijd te herinneren.

—EINDE—