Ik herinner me hoelang ik in de badkamer bleef elke keer als ik seks had. Het heel huis rook naar zeep, mijn lichaam en de badkamer vol schuim.
Nee, niet omdat ik misbruikt werd, maar omdat ik wist dat ik een christen was en dat wat ik deed verkeerd was.
Ik schrobde mijn huid tot het bijna pijn deed, hopend dat het water me op een of andere manier schoon zou maken. Maar dat gebeurde niet. De schuld zat niet op mijn huid, het zat in mijn ziel.
Maar hoelang ik ook in bad was, hoe goed ik ook schuurde. De vlek van zonde bleef.

Elke keer zei ik tegen mezelf: dit is de laatste keer.
Elke keer huilde ik daarna, beloofde ik God dat ik het nooit meer zou doen.
En toch, telkens weer, vond ik mezelf terug in zijn armen, zwak, trillend, fluisterend: “alleen deze keer” of “dit is de laatste keer”
Toen werd het een cyclus van lust, genot, schuld, berouw. Keer op keer.
In de kerk kon ik mijn handen niet meer opheffen tijdens de aanbidding.
Diezelfde stem die fluisterde “doe het nog één keer” zei nu: “Liever durf je niet te aanbidden. Jij en ik weten dat je niet waardig bent om dat te doen.”
Ik zat achterin in de kerk, stil, met het gevoel dat iedereen mijn vuil kon zien.
En na een tijdje ging ik gewoon niet meer. Er was een stem die me zei dat ik mezelf voor de gek hield. Dat ik liever me ding kon doen totdat ik klaar was om God serieus te dienen.
Ik zei tegen mezelf dat ik wat ruimte nodig had, maar de waarheid was: ik schaamde me.

Ik hoorde preken over zuiverheid, heiligheid en het bloed van Jezus, en mijn hart deed pijn.
Ik geloofde in God.
Ik hield van Hem.
Maar ik haatte mezelf.
Ik begreep niet hoe Hij nog van mij kon houden na alles wat ik had gedaan of deed.
Ik deed alles om te stoppen. Ik heb zijn nummer gewist, hem overal geblokkeerd, de cadeautjes weggegooid, maar verleiding maakt zich niet druk met afstand.
De gevoelens woonden niet in mijn telefoon. Ze woonden in mij en lieten me duidelijk weten dat ze er waren en dat ik ze niet kon onderdrukken.
En elke keer dat ik weer viel, dacht ik: misschien is God klaar met mij.
Maar op een nacht, nadat ik weer een misstap maakte, lag ik op mijn bed en huilde zo hard dat ik nauwelijks kon ademen. Ik was moe om op tucht te zijn voor hetzelfde probleem.

Ik fluisterde:
“God, ik heb alles geprobeerd, en ik blijf falen. Misschien ben ik gewoon niet sterk genoeg.”
De eerstvolgende zondag ging ik na lange tijd weer naar de kerk. En alsof God op me wachtte hoorde ik de woorden die mij de kracht gaven om door te zetten.
Ik besefte die dag dat ik op eigen kracht geen weerstand kan bieden tegen de zonde. Ik leerde dat Jezus aan het kruis was gegaan voor deze zonde en dat ik in Zijn naam de kracht heb om zonde te overwinnen.
Die nacht besefte ik wat het lang baden nooit kon doen het bloed van Jezus al had gedaan.
Het ging niet om perfect zijn, maar om Zijn genade die mij van binnenuit veranderde.
Ik veranderde niet plotseling. Ik viel meerdere keren, maar dit keer rende ik niet weg van God. Ik rende naar Hem toe.
Ik leerde bidden, zelfs als ik me vies voelde.
Ik leerde aanbidden, zelfs als ik me onwaardig voelde.
Ik leerde vertrouwen dat Hij in mij aan het werk was.
Ik trainde mezelf om juist wanneer ik die fout had gemaakt naar de kerk te gaan.

Ik begon vasten, ik las me Bijbel meer en ik omringde mezelf met gelovigen die me niet veroordeelden, maar voor me baden. En het belangrijkste ik leerde hoe mezelf te beschermen.
En langzaam begonnen de ketens te breken.
Het lukte om een maand geen seks te hebben, toen 3 maanden en een jaar. Ik groeide in de Heer en mocht jonge mensen in de kerk begeleiden en vertellen over mijn ervaring. Toen werd het tijd om te trouwen.
Joshua was vriendelijk, Godvrezend en geduldig. Maar toen hij zei dat hij met me wilde trouwen, kwamen alle angsten terug. Ik wilde die relatie, maar ik wilde niet voor het huwelijk terugvallen in de zonde waartegen ik zo hard heb gevochten.
Ik wilde de overwinning die ik had gevonden niet verliezen, dus vertelde ik hem alles. Mijn verleden en hoe hard ik heb gevochten om de strijd te overwinnen.
Joshua was als gezonden door God. In plaats van me te veroordelen, zei hij:
“Dan zullen we samen beschermen wat God heeft hersteld.”

We besloten de relatie te bouwen, maar we stelden duidelijke grenzen:
- Geen overnachtingen.
- Niet alleen zijn in gesloten ruimtes.
- Geen kusjes
- Geen lange intieme brasa’s.
Voor Joshua en ik was het een gezamenlijk project dat moest slagen.
Het was niet altijd makkelijk. Hij begreep niet alle regels, maar ik kende mezelf dus ik maakte geen grappen.
Er waren momenten van strijd, nachten van verleiding, en dagen van zwakte.
Maar er was ook kracht door God’s Geest om te overwinnen.
Na een jaar stapten we in het huwelijksbootje. Die ochtend toen ik wakker werd, huilde ik. Niet omdat ik bang was, maar omdat ik voelde hoe groot God’s genade over mijn leven was.

Aan alle jonge mensen die dit lezen wil ik zeggen:
Ik ken die strijd. Ik weet hoe het voelt om te willen stoppen maar je machteloos te voelen. Maar luister goed. Je zwakte diskwalificeert je niet van Gods liefde. Het is precies de reden waarom Hij kwam. Je kunt zonde niet van je huid afwassen. Alleen het bloed van Jezus kan dat doen.
Dus stop met wegrennen van Hem en begin naar Hem toe te rennen. De stem die je zegt dat je liever niet meer naar de kerk moet, is een leugen van de satan om je meer in zijn macht te hebben.
Stel grenzen.
Bid om kracht.
Bemoei met mensen die je opbouwen, niet met mensen die je zeggen dat er bloed in je lichaam is.
Het maakt niet uit hoeveel keren je valt, sta op en ga verder met de Heer. Als ik het kon overwinnen, kan jij het ook. Maar laat genade geen vrijbrief worden van zonde in je leven.
—EINDE—

