Schril Contrast
15 June 2026 · Priscilla Misiekaba - Kia
Soms vraag ik me af of pastors de kerkdeuren zouden sluiten als ze zouden zien hoe sommige van hun kerkleden zich thuis gedragen.
Mijn vrouw gaat naar de kerk met mijn kinderen. Ik niet. Weet je waarom? In de kerk kennen ze haar als de liefste zuster, maar alleen haar man en kinderen weten wie ze echt is.
Wanneer ze aan de telefoon met de pastor sprak, hoorde ik haar stem zachter worden.
“Ja, pastor. Natuurlijk, pastor. Dank u pastor.”
Vraag ik haar daarna of ze wist waar de autosleutels lagen dan krijg ik: “Gebruik je ogen. Ik ben toch niet je dienstmeid?”
Vraag je je dan nog af waarom mannen als ik niet de kerk bezoeken? We leven met vrouwen thuis die niets zijn in vergelijking met wat ze in de kerk prediken.
De laatste keer dat ik een kerk binnenstapte, was twee jaar geleden. Monique zou ingezegend worden als leidster van de vrouwendienst. Ze had me dagenlang gesmeekt om mee te gaan, dus ik stemde toe.
Ik zat achterin de kerk terwijl de hele zaal applaudisseerde toen ze naar voren werd geroepen. In haar toespraak prees ze de pastor en sprak ze over respect voor je man, geduld, zachtheid en liefde in de kleine dingen. De vrouwen om haar heen riepen instemmend: “Amen!”
Ik keek haar aan en voelde alleen ongeloof. Thuis was zij degene die zelden kookte, terwijl ik voor onze dochters van zeven en vijf zorgde. Toch stond diezelfde vrouw uren in de keuken voor kerkactiviteiten.

Soms mis ik de vrouw die ze vroeger was. Voor haar bekering wachtte ze me op met een warme maaltijd, las ze onze dochters verhaaltjes voor en trok ze me lachend mee naar de keuken om haar nieuwste recepten te proeven.
Na haar bekering eindigde elke discussie met geloof. Mijn fouten waren volgens haar een gebrek aan God, en omdat ik niet meeging naar de kerk, keek ze naar me alsof ik verloren was.
Toen het applaus opnieuw losbarstte, besefte ik dat ik naar een vrouw keek die thuis niet leek te bestaan. Ik kon het niet langer aanhoren. Dus stond ik op en liep weg, terwijl ik haar ogen in mijn rug voelde branden.
Drie uur later hoorde ik haar auto het erf oprijden.
Het moment ze de deur opendeed zei ik: “Welkom zr. Monique”.
De lieve vrouw die enkele uren terug in de kerk stond, werd een boze wolf.
“Je bent een waardeloze man. Wat, je wil respect? Ik moet goed over je praten? Je bent half niet de man die mijn pastor is”
Ik zei: “Je pastor gaat zeker onder de indruk zijn als hij je hoor praten. Weet je wat? Ik denk dat je de grootste hypocriet bent in de kerk. Wanneer heb je voor het laatst gekookt?”
Ze keek meteen op.
“Serieus? Is dat wat je uit die hele boodschap hebt gehaald?”
Ik zei dat ze een hypocriet was door andere vrouwen dingen te zeggen die ze zelf niet deed. Ze werd boos en zei dat ze genoeg deed voor het gezin en dat ik als man haar ook kon ondersteunen in plaats van af te breken.
“Je bent nooit thuis,” zei ik zacht. “Elke dag kerk, elke avondactiviteiten… het gezin heeft je ook nodig.”
Ze draaide zich meteen om.
“Dus nu wil jij mij tegenhouden om God te dienen?”
“Dat zeg ik niet.”
“Jawel. Jij hebt een probleem met mijn geloof.”
Ik zuchtte.
“Ik heb een probleem met het feit dat je bijna nooit thuis ben terwijl we jonge kinderen hebben.”

Toen sprak ze luider: “Sinds wanneer ben jij geestelijk sterk? Je gaat naar de hel en ik ga niet met je mee. Je hebt niets je moet blij zijn dat ik naar de kerk ga om voor ons te bidden. Als je je niet bekeerd zal je leven alleen maar verder achteruitgaan.”
De rekeningen lagen opgestapeld op tafel. Ik had die week voor de derde keer een klant verloren. Sommige nachten bleef ik langer in de woonkamer zitten nadat iedereen sliep, starend naar cijfers die maar niet wilden kloppen.
Juist in die periode hoorde ik van mijn eigen vrouw dat ik haar naar de hel zou leiden. Welke man wil in zijn zwakste periode dit soort dingen horen van de vrouw met wie hij zijn leven deelt?
Ik accepteerde veel van haar omdat ik moe was van ruzie. Weet je hoe ik me voelde toen ik haar vurig hoorde bidden, vlak nadat ze mij had vernederd, omdat ik durfde te zeggen dat ze te vaak weg was en te weinig thuis?
De druppel was de grote ruzie. Ik spaarde geld thuis in een grote spaarpot. Later zou ik het gebruiken om iets voor mijn werk te kopen.
Toen ik het niet zag, vroeg ik Monique of ze het had genomen. Ze zei doodleuk dat ze het aan de gemeente had gegeven.
Het probleem was dat ze niet inzag dat wat ze deed niet kon.
“Wie heb je gevraagd voordat je zo een beslissing hebt genomen?”, vroeg ik.
Ze had lef om te zeggen dat ze me niets hoeft te vragen. “Ik had het met de pastor besproken en hij zei dat als de Heer dat op mijn hart had gelegd het helemaal prima was”.

“Je gaat me geld voor me halen”, zei ik, “je breekt me elke dag en het beetje geld dat ik heb breng je voor de kerk”
Monique vond dat dit de reden was waarom mijn business achteruitging. Ik was volgens haar te gierig. Dat was het moment toen ik een tas pakte, haar spullen in deed en haar vroeg om eruit te gaan.
Mijn handen trilden. Ik liep naar de keuken, terug naar de woonkamer en weer terug. Ik voelde mijn hart bonzen in mijn borst terwijl ik mijn vuisten opende en sloot.
Als ik nog één minuut bleef staan waar ik stond, wist ik niet wat er zou gebeuren. Haar mascara liep langs haar wangen terwijl ze haar spullen in de tas stopte. Voor het eerst in lange tijd had ze niets terug te zeggen. Ik leunde tegen het deurkozijn en voelde… niets.
Ik had er genoeg van. Ze begreep dat ze weg moest, want God alleen weet wat ik zou doen als ze nog iets zei. De volgende dag stond ze met de pastor en zijn vrouw voor mijn deur.
“Wanneer jullie Monique geleerd hebben dat ze haar man moet respecteren, kunnen jullie terugkomen” en deed mijn deur dicht. Ze gingen weg, maar later stuurde hij me een bericht om te praten. Eerlijk gezegd wilde ik niet gaan, maar uiteindelijk vertelde ik hem alles.
Hij legde uit dat wat ik had ervaren niet per se was wat het geloof eigenlijk leerde en dat de kerk in dit geval niets daarmee te maken heeft. “Wij prediken geloof, hoop, liefde en bekering, maar het werk om echt te veranderen moet komen vanuit de individu zelf.”

Hij was totaal niet de man die ik in beeld had. Ik ging akkoord voor een tweede gesprek en Monique moest erbij zijn. Hij heeft haar terecht gewezen en voor het eerst voelde het niet alsof alles mijn schuld was.
Monique deed daarna wel haar best om te veranderen.
Op een avond kwam ik thuis en rook ik gebakken kip vanuit de keuken. Onze dochters zaten aan tafel te kleuren terwijl Monique hen hielp met hun huiswerk.
Toen ik binnenkwam, keek ze op.
“Hi babe, hoe was je dag?”
Een smile verscheen gelijk op mijn gezicht. Het was een eenvoudige vraag, maar vroeger zou ze me nieteens zien.
Ze was nu minder in de kerk en sprak anders tot me. De pastor belde me zelfs een paar maanden later om te vragen hoe het thuis ging.
Ik ga nog steeds niet naar de kerk, maar dat is niet meer vanwege mijn vrouw. Ik heb de verandering gezien, maar ik ben nog niet klaar daarvoor. Misschien ga ik komende zondag wel met Monique mee.
—EINDE—
