Elenda leerde Marley kennen toen ze 18 was. Het was tijdens de jaardag van haar oma in Agiti Ondoo, haar moedersdorp.
Marley stond met een groep mannen bier te drinken terwijl Elenda op en neer liep om eten te verdelen. Toen ze bij de heren aankwam met een dienblad vol afiingi zei Marley: “Mi nai njang afiingi, taa soep a de no meiti?” (ik eet geen afiingi, is er geen andere soep?).
Ze keek hem aan en zei: “Efii nai njang afiingi mja poi yeepi yu ye” (als je geen afiingi eet kan ik je niet helpen)

Ze ging door met haar werk, maar telkens als ze langsliep lachte Marley naar haar toe. Ze kon hem maar niet uit zijn hoofd krijgen. Na een tijdje dacht ze aan wat hij had gezegd en riep haar zusje om even over te nemen.
Elenda ging naar het huis van haar tante en kwam terug. “Mi be boli sneisi taya soep tide, efii wani ie sa tekeeng” (ik heb vandaag chinese tayersoep gekookt, als je wil mag je het hebben), zei ze terwijl ze een soepbakje aan Marley gaf.
Alle heren waren stil en keken naar wat Marley zou doen. Elenda begon zich verlegen te voelen, maar toch vond ze moed om te zeggen dat ze speciaal deze soep voor hem is gaan halen omdat hij geen afiingi eet.

“Nefo teke a san nefo maan”, riepen de jongens die met hem stonden bijna samen. Hij lachte en zei: “Ey sorry ye mja be verwacht eng. Thanks ye” (sorry, ik had het niet verwacht. Bedankt hor).
Hij nam de bak uit haar hand en at, terwijl Elenda verder ging met haar werk.
Na een tijdje keek ze op naar waar hij stond maar zag hem niet meer. Totdat ze terug liep naar huis en ze voetstappen achter zich hoorde.
Het was Marley. Ze bleef staan en vroeg of die soep lekker was.
“Mammam mjaw kolii a soep be switi, maar a wan san mi wan aksii. Orgi mi lob fai de, mi like a model. Mi wan sabi e fie be wan giem ju nummer. Mja be wan aksi a den taa man fesi” (Die soep was lekker, maar ik wil je wat vragen. Ik vind je leuk. Mag ik je nummer? Ik wilde je niet voor die andere heren vragen)

Elenda lachte en vroeg of hij bang was voor een bok. Hij gaf hem het nummer en dat was het. Het feest ging door tot laat in de avond. Elenda zocht telkens naar hem in het publiek en hij wist het. Hij greep zijn kans door de heren te helpen sjouwen met ijsboxen en fluisterde tegen Elenda: “Mi de leti ja, ie naaf feele mja gwe ete” (Ik ben vlak hier, maak je niet druk ik ben nog niet weg)
Elenda lachte en zei: “Zomaar”, maar ze wist dat ze hem leuk vond.
Drie dagen na het feest kreeg ze een app en dat was het begin van hun relatie.
Marley werkte hard, maar was niet rijk.
Toen ze gingen samenwonen, hadden ze bijna niets. Elenda kwam met de keukenspullen van toen ze pangi kreeg, ze kochten samen een kookpit, een matras, twee stoelen en een kleine tafel.

Elenda maakte er het beste van en kookte en deed alles met liefde. Marley kwam vaak laat thuis, moe, gefrustreerd omdat het leven hem niet gaf wat hij wilde, maar Elenda was zijn grootste steun en motivatie.
Zij ving hem op als hij down was, betaalde soms de huur en leende haar spaargeld uit zonder het terug te vragen.
“Marley mja wani ie give up nooit. A na so jo tang, betee dei e kon”, zei ze altijd als hij stresste. (ik wil niet dat je opgeeft. Je zal niet voor altijd zo zijn, er komen betere dagen)
Haar vriendinnen vonden haar dom maar Elenda geloofde dat ze goed handelde.

Na jaren van hard werken, kreeg Marcus eindelijk zijn droombaan, een baan die zijn wereld veranderde. Hij had meer geld. Hij was trots. “No fosi pas mje fii enke wan echte mang” (nu pas voel ik me als een echte man). zei hij tegen Elenda vaak en bedankte haar voor al die jaren bijstand.
Maar het was nog geen tijd om vrij te leven. Elenda herinnerde hem aan de plannen om hun eigen woning te bouwen, maar plotseling vond Marley dat dat kon wachten.
Marley veranderde. Hij was vaker bezig met zijn telefoon, ging soms naar buiten om zijn telefoon op te nemen en zijn telefoon had nu een password.

Elenda volgde alles, maar Marley wilde nooit een gesprek voeren. “Mi nai fustang a libi fuu moo. Fosi mi bee sabi alasan di ye doe. Now neks mi nai yee. Ye verdien moo moni ma toch oe nai fustang a libi” (Ik begrijp onze relatie niet meer. Vroeger wist ik alles wat je deed. Nu hoor ik niets. Je verdient meer, maar toch begrijp ik niets)
‘Abi pikinso pasensi giem mam mi sabi san me sete” (heb een beetje geduld met me, ik weet wat ik doe), zei hij altijd.
Elenda bleef, maar vroeg zich af of ze niet haar tijd verspilde.
Tot de avond van 12 op 13 december vorig jaar toen Marley niet thuis sliep.
Toen hij de deur opendeed, zat Elenda op hem te wachten met tranen in haar ogen.

“A wan ogii mi doe fu diem lobii? Ie sabi omeng pina mi njang angai neeng now dii abi moni a den libi ja jo teke fu libi. Fam de ja neks mja holi giem seefi. Alasan diem abi mje paati angai omdat mi lobii. Efii abi wan taa meid taigi mi tenminste meke mi sabi san me doe maar ye poti mi e stress. Mja poi njang, omdat mja sabi san mi mang e doe, mja sabi pe we go angaa libi”
(heb ik een fout gemaakt door van je te houden. Weet je hoeveel ontberingen ik heb doorstaan met je. Nu je geld heb leef je anders met me. Alles wat ik heb heb ik met je gedeeld, omdat ik van je houd. Als je iemand anders heb, vertel me tenminste zodat ik weet wat ik doe, maar je laat me stressen, ik kan niet eten omdat ik niet weet wat mijn man doet, ik weet niet waar onze relatie gaat)
Marley liet haar uitpraten en zei rustig: “A na san ye denki tide mjo taigii alasani”, (het is niet wat je denkt, vandaag ga ik je alles vertellen) maar Elenda was te boos om te luisteren. Ze vroeg hem om haar naar haar moeder te brengen.

Ze stapten in de auto en niemand sprak totdat Elenda merkte dat de route die hij koos niet de route naar haar moeder was. Elenda zei niets en zat alleen. Ze kwamen aan op een project. Toen Elenda merkte dat het voor haar onbekende buurt was, vroeg ze waar ze waren.
Marley zei dat hij iets kwam halen bij een vriend en vroeg haar om uit te stappen. Elenda rolde met haar ogen en vroeg of hij dacht dat het een grap is.
Marley ging alleen naar binnen. Na enkele seconden hoorde ze de garagedeur omhoog rollen. Ze keek op en zag een zwarte Honda Vezel met een strik erop. Marley lachte, kwam uit de garage en wenkte haar om te komen.

Ze stapte uit de auto en hij zei: “Mi nai waka gii mam. Naa san ja mi bee sete. A ju wagi de ja plus mi bouw a osu dii be wani graag. A ja mi siibi omdat mi bee regel den laatste san zodat oe kan sete a osu fosi kerst” (ik loop niet uit babe. Dit is waarmee ik bezig was. Dit is jouw auto en het huis dat je graag wilde heb ik gebouwd. Ik heb hier geslapen omdat ik de laatste zaken in orde maakte zodat we voor Kerst kunnen intrekken)
Elenda kon het niet geloven. Ze vloog in zijn armen en huilde nonstop. Toen ze het had uitgehuild kreeg ze een rondleiding en het was alles waarover ze droomde en meer. Het huis was volledig ingericht met de modernste apparatuur. Ze kon niet stoppen om hem te omhelzen en te kussen.

Als dat niet genoeg was gaf ze haar een pinpas. “Bai ala san dii abi fanowdu gi a osu. Efii abi moo fanowdoe dai melde mi” (koop alles wat je nodig hebt voor het huis. Meld me als je meer geld nodig hebt). Elenda keek met open mond en kon niets anders doen dan dansen en hem omhelzen.
“Ala san dii wani me gii baby, omdat mi sabi fai struggle angam. A ju naa vrouw di be de nape di anai go bung. Now diem abi a mi anga ju o geniet feng” (alles wat je wil zal ik je geven babe, omdat ik weet dat je daar voor me was in de moeilijke tijden. Nu ik geld heb gaan we samen ervan genieten).
Ze omhelzen elkaar en Elenda ging verder met het stellen van vragen over hoe hij dit alles kon doen zonder dat zij het wist…
Moral of the story:
Niet alle mannen vergeten de vrouw die daar voor ze was toen ze niets hadden.
—EINDE—

