Ze is besmet met hiv, maar kan haar vriend niet vertellen

Posted by:

|

On:

|

Marilva is 25 jaar.
 Ze had nooit gedacht dat één Facebookpost haar leven drastisch zou veranderen. Het was een post van een dame: ‘Pas op voor deze Heer. Hij heeft AIDS.’

De post stond er al maar een uur maar had al 150 shares met verschillende captions

 “Pas op voor deze man.”
 “Hij besmet vrouwen met hiv.”
 “Tag iedereen zodat niemand slachtoffer wordt.”

De post ging viraal. Mensen deelden het met verontwaardiging, anderen met sensatie, weer anderen met spot alsof het ging om roddel en niet om levens die verpest worden.

Terwijl iedereen keek, deelde en oordeelde, zat Marilva met een groter probleem.

Ze kende hem.

Haar lichaam reageerde gelijk. Ze kreeg het warm en koud tegelijk. Haar hart klopte hard in haar borst. Haar handen begonnen te trillen. Ze legde haar telefoon op bed en greep een kussen om zichzelf te kalmeren.

Die avond merkte haar vriend meteen dat er iets niet klopte.

“Babe, je bent vandaag niet jezelf”, zei hij bezorgd. “Je bent stil en je hebt niet gegeten. Wat is er?”

Marilva probeerde te smilen. “Ik ben gewoon moe, babe.”

Hij kwam dichterbij en keek haar onderzoekend aan.
 “Je liegt niet goed,” zei hij zacht. “Ik ken je.”

Ze draaide haar gezicht weg en zei: “Ik ben gewoon moe, babe. Ik moet even slapen.”

Maar ze kon niet slapen.

Ziek van angst

De volgende dag was Marilva ziek. Niet alleen mentaal, maar ook lichamelijk. Ze had geen eetlust, alles smaakte bitter en haar hoofd zat vol vragen die ze niet durfde te stellen. Er speelden te veel scenario’s in haar hoofd en ze werd duizelig van alles.

Ze dacht lang na over hoe dit bespreekbaar te maken en met wie. Ze had niemand behalve haar vriendin Merredith, maar wat als ze niet meer met haar wil bemoeien? Marilva stopte contact met iedereen.

Nadat Merredith drie dagen lang niets van haar vriendin hoorde, wist ze dat er iets was. Toen Marilva de deur openmaakte wist ze gelijk: ‘iets is niet goed met dit kind’

Alsof Marilva wachtte op troost viel ze gelijk in de armen van haar vrienden en begon te huilen totdat ze kortademig werd.

“Marilva wat is er? Waarom huil je zo? Is er iemand dood?”, vroeg Merredith.

Maar vrees, spijt en verdriet zorgden ervoor dat ze geen woord kon spreken.

Merredith liet haar uithuilen, terwijl er van alles in haar omging.

“Ik moet je iets zeggen”, zei Marilva eindelijk bevend, haar stem trillend van het huilen.

“Een jaar geleden heb ik uitgelopen voor mijn vriend.”

Merredith was stil, nog voordat ze iets kon zeggen, wees ze haar de post die al dagen rondgaat op facebook.
“Hij is het?”, zei Marilva hees terwijl ze weer begon te huilen.

“Ik kan niet meer. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik zit al dagen hiermee. Ik voel me schuldig. Ik moet met iemand praten”, zei Marilva.

Merre zei: “Luister het is niet het einde van de wereld. Rustig, vertel me alles”

“Het gebeurde in een periode van zes maanden,” ging ze verder.
“Mijn relatie ging toen niet goed. We hadden ruzie. Ik voelde me alleen.”

Ze slikte moeizaam.
“We hebben geen condoom gebruikt.”

Merredith zweeg even.

“En je vriend?” vroeg ze zacht.

“Hij weet niets”, zei Marilva snel, “in diezelfde periode had ik ook gewoon seks met hem.”

De woorden bleven zwaar in de lucht hangen.

“Wat als ik het ook heb?”, fluisterde Marilva, “Wat als ik mijn vriend besmet heb?”

De tranen kwamen weer. Merredith pakte haar handen vast. “Luister naar me. Eerst testen. Pas als je zeker bent, kunnen we verder kijken. Nu maak je jezelf kapot terwijl je misschien niet eens besmet bent.”

Marilva wilde niet gaan, maar Merredith wist haar te overhalen dat het onverantwoordelijk is om haar status niet te kennen. Dezelfde dag besloot Merredith samen met haar vriendin te gaan en besloot zelf ook te testen.

De test

Ze gingen samen naar een medisch laboratorium. Vanaf het moment dat Marilva de wachtruimte binnenstapte, voelde die te klein. De stoelen stonden dicht op elkaar, maar zij voelde zich alleen.

Haar hart klopte zo hard dat ze het in haar oren hoorde. Ze probeerde rustig te ademen, maar haar borst voelde strak, alsof er een zware steen op lag. Merredith zat naast haar. Dat was het enige wat haar staande hield.

Een test doe je binnen een dag, maar het resultaat krijg je niet meteen en juist dat wachten is ondraaglijk. De dagen tussen de test en de uitslag waren een hel.

Marilva kon nauwelijks eten. Alles wat ze probeerde door te slikken, bleef steken in haar keel. Ze sliep slecht, werd zwetend wakker, haar hoofd vol rampscenario’s.

Soms staarde ze minutenlang naar één plek, zonder iets te zien. Gedachten kwamen en gingen. Wat als het positief is? Hoe zeg ik het tegen hem? Wat als hij ook besmet is?

En soms kwam er een andere gedachte. “Misschien is het makkelijker als ik er niet meer ben”

Ze duwde die gedachte weg, maar hij bleef terugkomen. Ze begon haar vriend af te stoten en vermeed elke vorm van intimiteit. De dag van de uitslag gingen ze samen.

Merredith en Marilva zaten opnieuw in dezelfde wachtruimte. De lucht voelde zwaar. Haar benen trilden. Merredith kreeg haar envelop als eerste. Ze maakte hem open. “Negatief,” zei ze zacht.

Marilva voelde opluchting voor haar vriendin, maar tegelijk trok iets in haar samen. Nu was zij aan de beurt. De envelop lag in haar handen. Maar voor haar voelde het als een bom.

“Ik kan niet,” fluisterde ze. Haar handen trilden zo erg dat het papier ritselde. Merredith keek haar aan.

“Wil je dat ik het voor je open maak?”

“Nee,” zei Marilva snel. “Nee… ik ben bang.”

Merredith zei: “Ik snap dat je bang bent. Echt. Maar je moet het weten. Wat het ook is, we kunnen het pas aanpakken als we de waarheid kennen.”

Ze liepen naar de auto en zaten daar. Merredith sprak, ze baden, ze huilden samen. Na bijna een uur keek Marilva haar vriendin aan, haar ogen rood en leeg.

“Maak het voor me open,” fluisterde ze. “Ik durf niet.”

Merredith haalde langzaam adem en opende de envelop.

“Positief,” zei ze zacht en ze omhelsde haar vriendin gelijk.

Marilva voelde haar benen slap worden. Ze hoorde uitleg over medicatie, over behandeling, over leven met hiv. Maar in haar hoofd was er maar één gedachte: Ik ben besmet en misschien heb ik het doorgegeven.

De grootste angst

De echte paniek kwam pas daarna. Hoe vertel je je partner dat je hiv-positief bent?
Hoe zeg je iemand dat je zijn leven misschien in een hel hebt veranderd?

Marilva dacht aan alles. Zelfs aan zelfmoord.
 Niet omdat ze dood wilde, maar omdat ze niet meer wist hoe ze verder moest leven.

Merredith hield haar in de gaten.

“Zelfmoord is geen optie”, zei ze aan Marilva. “Dit virus bepaalt niet wie je bent en het is niet het einde. Er zijn supportgroepen waarmee je kan joinen. Er zijn organisaties die je kunnen begeleiden. Je bent niet alleen”

De grootste uitdaging is nu haar vriend vertellen. We zijn nu een maand verder en Marilva heeft nog niets verteld. Ze wil geen seks meer en haar vriend begrijpt er niets van.

Vorige week vroeg hij Merredith, maar ze zei gewoon: “Het is niet mijn plek om je te vertellen wat er aan de hand is.”

Wat vinden jullie van de houding van Merredith en Marilva?

—EINDE—

Waarom dit verhaal verteld moet worden

In Suriname leeft naar schatting 47% van de mensen met hiv zonder hun status te kennen

Maar je status kennen betekent bescherming voor jezelf en anderen. Testen kan je doen bij Stichting Lobi, maar ook bij andere medische laboratoria zoals Health Control, MyLab, Medilab etc.

Hiv-positief zijn is geen doodsvonnis. Met tijdige behandeling kunnen mensen een volwaardig, waardig en actief leven leiden. Er is leven na een diagnose.

Wat wel gevaarlijk is, is zwijgen.

Wanneer je weet dat je hiv-positief bent, draag je verantwoordelijkheid voor jezelf en de mensen met wie je intiem bent. Opzettelijke verspreiding is strafbaar, maar los daarvan is het ook een morele kwestie.

Je partner verdient het om je status te weten en op basis daarvan een eigen keuze te kunnen maken.

In zulke gevallen is eerlijkheid moeilijk, maar zwijgen kan jouw leven en dat van anderen beschadigen.

Er is hoop

Stigma doet meer pijn dan het virus, maar zwijgen maakt eenzaam.

Het is begrijpelijk dat je bang bent voor de veroordeling, maar je bent niet alleen.

Je hoeft niet alleen door je pijn, vrees, teleurstelling te gaan. Er zijn organisaties en stichtingen waar mensen naar je luisteren zonder te oordelen, waar je begeleiding en steun kunt krijgen.

En er is ook God. Jezus houdt van je. Jezus houdt van je, juist midden in je situatie.  Hij kwam voor mensen zonder hoop, zonder kracht, zonder antwoorden.

“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.” (Mattheüs 11:28)

Wanneer vrienden en familie misschien weglopen, loopt Hij niet weg. Hij komt juist dichtbij.

Hij kwam voor mensen die moe zijn en het niet meer weten.

Misschien moet je nog praten.

Misschien moet je nog moeilijke keuzes maken.

Misschien moet je nog helen.

Maar je leven is niet voorbij en Jezus is zeker niet klaar met jouw verhaal.