Een vrouw tussen mensen (dl. 2)
19 June 2026 · Priscilla Misiekaba - Kia
Ik liep naar de bar en zag de mooiste vrouw die ik ooit had gezien alleen zitten. Eerlijk gezegd had dat meteen mijn eerste waarschuwing moeten zijn, want een vrouw die zó aantrekkelijk was en toch door geen enkele man werd aangesproken, hoorde eigenlijk niet onopgemerkt te blijven.
Ze was zonder twijfel de mooiste vrouw die ik ooit had gezien, maar hoe langer ik naar haar keek, hoe sterker het gevoel werd dat er iets niet klopte. Mijn verstand zei dat ik moest omdraaien, maar mijn ogen wilden alleen nog naar haar kijken. Ik schoof naast haar aan de bar en vanaf dat moment leek de rest van het feest langzaam naar de achtergrond te verdwijnen.
We raakten aan de praat, maar telkens wanneer ik iets over haar probeerde te weten te komen, draaide ze het gesprek weer om naar mij. Normaal zou zoiets me direct opvallen, maar die avond niet. Haar schoonheid had mijn gezonde verstand volledig uitgeschakeld en het enige wat ik wist, was dat ik haar wilde.
Heel even dacht ik aan Diego en hoorde ik zijn woorden opnieuw in mijn hoofd: “Slaap vanavond met geen enkele vrouw.” Ik glimlachte in mezelf. Wat wist Diego nou van vrouwen? Voor hem was alles geestelijk, terwijl ik ervan overtuigd was dat dit gewoon een mooie vrouw op een feestje was.
Toen ze vroeg of ik wilde dansen, pakte ik zonder aarzelen haar hand. Op de dansvloer leek iedereen vanzelf ruimte voor haar te maken en terwijl ze moeiteloos op de muziek bewoog, kon ik mijn ogen niet van haar afhouden. Op het moment dat ze haar armen om mijn nek sloeg, trok een ijskoude rilling door mijn lichaam.

Precies om twaalf uur keek ze me aan en vroeg of we ergens anders heen zouden gaan. Dat was precies waar ik op had gehoopt. In mijn auto kreeg ik opnieuw een onverklaarbare kou over me heen. Ze wees slechts naar links en zei dat ze mij de weg wel zou wijzen.
We reden steeds verder de stad uit totdat de straatverlichting verdween en alleen donkere bomen ons nog omringden. Ik bleef de route volgen die ze had aangewezen, totdat de asfaltweg overging in een hobbelig zandpad waar mijn Toyota Vitz hevig begon te schudden. Ik klaagde nog in mezelf over wat deze weg met mijn onderstel zou doen, maar hield mezelf voor dat de bestemming het allemaal waard zou zijn.
Plotseling begon de motor te haperen, alle lampjes op het dashboard knipperden tegelijk en midden in de duisternis kwam de auto volledig tot stilstand. Buiten was het pikkedonker; er waren geen huizen, geen straatverlichting en geen mens te bekennen. Met de zaklamp van mijn telefoon controleerde ik de auto, maar ik kon niets vreemds ontdekken. Toen ik opnieuw instapte en de sleutel omdraaide, startte de motor alsof er nooit iets was gebeurd.
Enkele minuten later kwamen we aan bij een klein houten huis dat helemaal alleen stond. Een smalle houten loopbrug liep over een modderige pad naar de voordeur en hoewel alles in mij zei dat ik moest omkeren, stapte ik toch uit. Ze stelde me gerust dat mijn auto veilig zou staan en zonder verder na te denken volgde ik haar.

Terwijl de houten planken onder mijn voeten kraakten, rook ik een vreemde mengeling van vochtige aarde, rook en iets bitters dat ik niet kon plaatsen. De ramen waren afgedekt met donkere doeken, binnen brandden slechts enkele kaarsen en behalve het tikken van een oude klok was het doodstil.
Toen ze mijn hand pakte, voelde haar huid opnieuw ijskoud aan, maar mijn verlangen was nog altijd sterker dan mijn gezonde verstand. Toen we eenmaal in bed lagen, veranderde alles. Op het moment dat ik met mijn rug op het bed lag en zij zich over mij heen boog, voelde ik alle kracht uit mijn lichaam wegtrekken.
Ik keek omhoog en zag tientallen kleine poppetjes aan zwarte en rode linten langzaam aan het plafond hangen. Toen ik weer naar haar keek, glimlachte ze niet meer zoals in de bar, maar op een kille, vreemde manier, terwijl het voelde alsof het leven uit me werd gezogen.
Mijn benen weigerden dienst, ik kon niet meer praten en het voelde alsof een onzichtbare last mijn borst dichtdrukte. Op dat moment besefte ik iets verschrikkelijks. Ik kende haar naam niet eens.
In pure paniek dacht ik plotseling aan Diego en hoorde ik opnieuw zijn waarschuwing. Voor het eerst in mijn leven bad ik. Met tranen over mijn gezicht fluisterde ik: “Jezus, als U echt bestaat… red me.” Terwijl mijn hele leven als een flits aan me voorbij leek te trekken, verdween de druk op mijn borst plotseling. Ik kon weer ademen, mijn benen gehoorzaamden weer en zonder achterom te kijken stormde ik naar buiten.


Ik rende over de houten brug, sprong in mijn auto en reed met volle snelheid weg, zonder nog rekening te houden met de kuilen, de modder of de slechte weg. Ik moest alleen maar zo ver mogelijk bij die plek vandaan zien te komen.
Ik weet nog steeds niet hoe ik thuis ben gekomen. Het enige wat ik me herinner, is dat ik met piepende banden stopte en nog voordat ik de voordeur bereikte, Diego de deur al opende. Hij zat op zijn knieën te bidden en keek me aan alsof hij al wist wat er was gebeurd. Mijn benen begaven het, ik viel huilend voor hem neer en hij legde zwijgend zijn hand op mijn schouder voordat hij slechts één zin uitsprak:
“Ik had je gewaarschuwd.”
De volgende dag zat ik rustig met Diego in de kerk. Ik kon dagen niet erover praten tot nadat de pastor voor me had gebeden.
Die ervaring zorgde ervoor dat ik geloofde dat het leven werkelijk geestelijk is.
—EINDE—
