Mijn naam is Melinda. Dit is mijn eigen verhaal dat ik aan mijn dochters vertelde als we spraken over liefde. Vandaag wil ik het ook met jou delen.
Ik was 22 toen ik hun vader ontmoette. Toen was ik het soort vrouw waar mannen hun hoofd voor omdraaiden. Ik ben gemengd met dik, lang zwart krullend haar tot op mijn bil, lichte huidskleur en een lichaam dat elke vrouw wilde. Ik was gezegend. Ik hoorde vaak de woorden: Alles van je is mooi, maar eerlijk ik liet mijn schoonheid niet naar mijn hoofd stijgen.

Vanaf de eerste keer toen ik hun vader ontmoette, leek het alsof de wereld voor hem stopte met draaien. Of dat dacht ik tenminste.
Hij zat achter me alsof ik zijn levensmissie was. Bloemen op mijn werk, handgeschreven briefjes, onverwachte bezoekjes “alleen om mijn gezicht te zien.” Hij keek naar me alsof ik de enige vrouw in de kamer was, wie er ook nog aanwezig was. Ik voelde me speciaal. Mijn vriendinnen noemden ons het perfecte koppel, en ik geloofde dat we dat ook waren. Hij zei vaak dat ik de mooiste vrouw was die hij ooit had gezien, terwijl zijn handen langs mijn rug naar mijn billen gleden. Ik voelde me bijzonder.
Achteraf heb ik geleerd dat er iets school aan het feit dat hij obsessed was met mijn lichaam…
We trouwden en hadden mooie jaren samen, veel goede seks, uitjes, hij kocht de meest sexy kleren voor me als hij me uitbracht. Life was great. Na enkele jaren toen ons eerste kind kwam, hield hij onze baby vast en huilde. Ik dacht: dit is wat echte liefde is.

Ik had hem een kind gegeven en was nog steeds sexy. Hij gaf me alles wat ik vroeg. Maar na ons tweede kind was mijn lichaam niet meer hetzelfde. Mijn eens platte buik was niet meer plat, ik had striemen op mijn buik, dijen, billen en mijn borsten hingen lager.
Ik begon te werken aan mezelf, want ik wist waarvan hij hield. Ik sportte, droeg jurken waarvan ik dacht dat hij ze mooi zou vinden. Ik kookte zijn lievelingsgerechten.
Maar langzaam zag ik dat hij niet meer naar me keek.
Zijn hart was bij iemand anders. Opeens moest hij zoveel overuren draaien en werden het lange avonden.
Sommige nachten kwam hij helemaal niet thuis. Ik zat vaak zomaar op hem te wachten.
En als hij wel thuiskwam, rook ik de alcohol al vóór hij de deur opendeed. Soms hing er een vleugje parfum van een andere vrouw om hem heen, als een wrede waarheid. Als ik vroeg waar hij was geweest, werd hij boos. “San ye ondervraag mi? Yu na skowtu? Ik zie dat je ruzie wil en mi no de fa san dat”. En hij ging weer weg.
Ik huilde bijna elke avond. Hij had iemand anders en ik kon niets doen. Ze was mooi en had een lichaam als de mijne voor die kinderen.

Hij was elke dag weg, maar als hij wel thuis was, sprak hij nauwelijks tot me. Als ik hem iets vroeg keek hij nieteens naar me als vroeger en gaf soms zelfs geen antwoord. Hij zag me niet, het leek alsof ik onzichtbaar was geworden in mijn eigen huis.
Toen kwam de schaamte en de vernedering om soa’s te moeten behandelen die ik nooit zelf had opgezocht. Ik huilde elke keer weer in de spreekkamer van de dokter, terwijl ik me afvroeg hoe ik hier was beland.
Toch bleef ik proberen, omdat ik van hem hield. God weet hoe hard ik heb geprobeerd. Ik bad. Ik smeekte. Ik veranderde mijn kapsel, mijn kleren. Ik leerde nieuwe gerechten klaarmaken.
Ik weet nog een keer. Ik zette het bord eten neer, zijn favoriete gerecht, terwijl ik smilede lachte. Hij schoof het weg zonder me aan te kijken. De smile bleef even hangen, maar viel toen van mijn gezicht
Ik deed zoveel en dacht: misschien, als ik weer die vrouw word die hij ooit koos, zal hij weer van me houden.
Maar wat ik ook deed, het was nooit genoeg.
De dag dat ik besloot te vertrekken, was een normale ochtend. Hij sliep nog. Ik keek mezelf in de spiegel aan en sprak tegen mezelf: ‘Je kan je dochter niet laten opgroeien met dit voorbeeld van liefde’.

Toen hij erachter kwam vond hij het niet eens erg. Hij zei dat ik het moest bekijken.
Het was zwaar. Er waren nachten dat ik huilend in slaap viel, niet omdat ik hem miste, maar omdat de last van alleen alles dragen groot was. De huur betalen, twee banen draaien, thuiskomen bij huiswerk en kindertjes die alles van jou verwachten. Maar er was ook vrede, ik hoefde niets te doen voor een man die niets waardeerde, niet te verlangen naar liefde die nooit zou komen. Mijn dochters gaven mij voldoende daarvan voor het minimale wat ik deed
De jaren gingen voorbij. Langzaam herinnerde ik me weer wie ik was vóór hem. Ik lachte weer, niet omdat iemand me een reden gaf, maar omdat mijn hart zelf weer licht werd.
Later ontmoette ik de man met wie ik nu getrouwd ben. Hij was het soort man dat niet alleen zei dat hij van me hield, maar het liet zien. Hij is geen man van veel woorden, maar hij was daar in goede en slechte tijden. Hij hield van mijn kinderen alsof ze de zijne waren. Met hem heb ik een zoon.
We zijn nu vijftien jaar getrouwd. Vijftien jaar zonder dichtslaande deuren, zonder slapeloze nachten vol twijfel, zonder tranen die op een leeg kussen vallen. Vijftien jaar waarin “ik hou van je” niet alleen woorden zijn, maar een waarheid.

Als ik terugkijk op mijn twintiger jaren, doet mijn hart pijn om die jonge vrouw die geloofde dat hij haar altijd zou liefhebben omdat hij haar lichaam bewonderde. Ik wenste dat ik haar kon vasthouden en zeggen: als liefde alleen gebouwd is op wat zichtbaar is, dan valt het uit elkaar zodra de tijd het beeld verandert.
Ik ben nu 52. Wat ik zeker weet is dat echte liefde niet zit in een de bewondering voor een mooi lichaam, maar in de verbondenheid van twee harten die elke dag opnieuw voor kiezen om elkaar lief te hebben.
—EINDE—
Dit verhaal is geïnspireerd door het lied ‘Mi No Wani Krey Moro’ van Cheryl Vliet, gezongen door Irene Panka.
📌 Disclaimer: Dit verhaal is fictief en geïnspireerd door de thema van het lied. Het verhaal geeft niet per se de ware betekenis of persoonlijke gedachten van de schrijver weer. Alle rechten van het lied behoren toe aan de oorspronkelijke makers.

