Indra, mijn Sayang van de Saoenah Markt

Posted by:

|

On:

|

Liefde kan je overal vinden, maar de markt was de laatste plek waar ik dacht dit te vinden. Als iemand me had gezegd dat een simpel bezoek aan de Saoenah markt mijn leven zou veranderen, zou ik het niet geloven.

Elke weekend ging ik bij mijn zus logeren. Ze maakt op zondagen speciale gerechten klaar en ik houd van lekker eten dus ben ik daar, niet alleen om te eten maar ook om te helpen in de keuken. Op deze zondag moest ik snel naar de Saoenah markt om spullen te kopen voor buntelan eling (zoute haring gewikkeld in tayerblad).

Zondag 12 augustus 2012, ik vergeet deze dag nooit meer.

Ik heet Dimas, toen 17 jaar oud, gewoon een jongen op zoek naar spullen voor zijn zus.

De geuren van sate, bami, nasi, telo met trie, dawet, bakabana en mooi muziek streelden mijn neus en oren terwijl ik de lijst van mijn zus doorging. Ik kwam bij een stand aan en zag haar vlak daarnaast rustig zitten met een boek. Haar haren waren in een hoge bol, een paar lokken gleden los langs haar gezicht. Ze verkocht, sate, pehjeh, cassave chips en andere lekkernijen.

De oude vrouw die bij de stand verkocht kwam naar me toe met een smile. Ik was daar voor die eling (gezouten haring) en lumbu maar ze was zo mooi dat ik vergat waarvoor ik daar was. “Waarmee kan ik je helpen li?”. Ik zei: tayerblad en vis…. Uhm eling…corrigeerde ik snel. Ze keek op, keek me vreemd aan, lachte en ging door met lezen. 

Voordat ik weg ging, kocht ik twee sate’s en gulung gulung (kokos flensjes) bij haar. En vanaf die dag besloot ik dat ik elke zondag de boodschappen voor mijn zus zou doen.

Elke zondag slenterde ik langs de stands in de buurt bij haar. Alles wat ik nodig had, kocht ik daar in de buurt en ook als ik niets wilde, kocht ik altijd sate en chips.  Mijn dag ging niet meer stuk als ze me zelf de sate gaf in plaats van haar zusje. Dat waren mijn mooiste zondagen. 

Ze heette Indra, maar ze was mijn sayang.

Ik keek de hele week uit naar het weekend, totdat ze ineens verdwenen was. Drie weken lang zag ik haar niet meer bij de markt. Ik bleef trouw komen, kocht chips, pehjeh, sate, maar het was niet meer hetzelfde. Mijn teleurstelling werd elke keer groten en ik had zoveel vragen die ik aan niemand kon stellen. Had ze de markt verlaten? Of erger nog… had ze iemand anders?

Net toen ik de hoop begon te verliezen, zag ik haar weer. Niet achter de stand, maar ietsje verderop, lopend naast een jongen. Teleurgesteld ging ik die dag naar huis. De week daarop ging ik niet eens meer naar de markt.

Alsof dat nog niet genoeg pijn deed, zag ik haar later in de straat van mijn zus weer met diezelfde jongen. Pas toen durfde ik mijn neven te vragen over haar. Tot mijn opluchting lachten ze en vertelden me dat die jongen haar broer was.

Ze woonde in dezelfde straat van mijn zus, maar helemaal achterop. 

Ik was blij. Nu gingen mijn neven en ik bewust langs haar huis. Wanneer ik langs haar huis liep, floot ik luid om haar aandacht te trekken. En als ze op het balkon zat, deed ik alsof ik moest hoesten. Alleen zodat ze naar me kon kijken. 

Ik stopte expres met mijn neven op de bromfiets op de hoek, hopend dat Indra misschien naar de winkel zou gaan. De avonden na de middagen waarop zij naar de winkel ging, sliep ik in de wolken. Soms ging haar zusje of broer, dan ging ik teleurgesteld in de avond naar huis, wachtende op het volgende weekend.

Hoewel mijn neven de push gaven om met haar te praten, durfde ik haar alleen op afstand te bewonderen. Ik was zo verliefd. Maar als ik haar zag… kon ik niets zeggen.

Na vier weken kreeg ik een kans. Ik stond weer bij de stand, toen vroeg ze “kipsaté?”

Ik lachte en zei: “Ja… sate… sate lover,” stotterde ik. Haar zusje dat naast haar stond, barstte in lachen uit.

Ik was een beetje verlegen, maar dat kleine moment maakte de deur open om met haar te praten.

“Je leest veel heh,” zei ik een keer.

Ze smilede. “Ja, ik houd van mooie boeken en muziek… Pop Jawa vooral.”

“Serieus? Ik ook!” loog ik.

Vanaf die dag spraken we steeds vaker.

Op een avond verzamelde ik al mijn moed en vertelde haar de waarheid. Dat elke zondag, elke sate, elke fluit en elke wandeling langs haar huis alleen voor haar was geweest.

Ze glimlachte, bloosde en fluisterde zacht: “Ik weet het,” terwijl ze een lokje achter haar oren deed.

Ik kon geen boek kopen, maar maakte een playlist van 12 Javaanse nummers op een CD. Aan de voorkant schreef ik: Aku Cinta Padamu.

Om haar te vertellen wat ik voelde, zette ik als track 1. Aku Cinta Padamu van Haito Doest en Clinton Kaersenhout en als track 2. Tranga Lobi van Marlon Eskak. Toen ik klaar was gaf ik haar de CD en zei: ‘Aku Cinta Padamu, track 1 is speciaal voor jou.’

Ze lachte en zei: “Kesuwon (dankjewel), sate lover”

Vanaf dat moment was Ini niet meer alleen het meisje van de markt. Ze werd na drie maanden officieel mijn sayang.

De zondagen op de Saoenah markt waren vanaf toen nooit meer hetzelfde, want nu liep niet gewoon rond om haar te bewonderen, maar naast haar, hand in hand.

Nu 13 jaar verder is ze nog steeds mijn sayang. We zijn getrouwd, hebben een meisje van 6, een jongen van 3 en een klein restaurant in Wanica waar mensen terechtkunnen voor heerlijke berkat, sate, chips en andere heerlijke Javaanse gerechten.

—EINDE—