Skin firi (dl.2)

5 June 2026 · Priscilla Misiekaba - Kia

In het begin sprak ik niet met Gilly, want ik had hem gewaarschuwd. Ik had hem gezegd dat hij moest opletten, vooral omdat hij mijn kind vervoerde. Elke keer als ik hem zag, voelde het alsof de woorden in mijn keel blijven steken. Niet uit haat, maar uit een pijn waarmee ik niets wist te doen.

Eten en drinken waren voor mij moeilijk, maar ik had de hulp en troost van mijn moeder en zus en het lukte om kleine hoeveelheden binnen te krijgen. De dag van de begrafenis wilde ik niet opstaan. Hoe langer ik het kon uitstellen, hoe langer ik de realiteit dat mijn kind er niet meer was, kon vermijden.

Maar het is voorbij. Zijn leven op aarde was maar kort en zijn licht in mijn leven was maar voor even. Op de dag van de begrafenis zat mijn familie en de vader van Given en zijn familie na lange tijd weer in een ruimte om afscheid te nemen.

Hij huilde en voor we het doorhadden greep hij Gilly bij zijn kraag en zei: “Na yu kier mi boi toch, yu beest, na yu kier eng. Yu sref o dede”

Het lukte ons om hem van hem af te krijgen. We hebben Gilly gevraagd om buiten te blijven omdat de vader verhit was, dus hij ging naar buiten. Niet lang nadat hij buiten was hoorden we commotie. Gilly werd afgetakeld door een paar onbekende heren.

Terwijl we in paniek raakten en de situatie probeerde te kalmeren zag ik hem gewoon staan en ik wist gelijk dat dit het werk was van de vader van Given.

Ik was zo boos en liep naar hem toe: ‘Toen Given leefde deed je niets voor hem, nu hij er niet meer is wil je de beste papa uithangen door zijn begrafenis te verstoren. Als je nog iets voor hem wil doen, zorg ervoor dat hij rustig ten grave wordt gelegd, dan heb je toch iets goeds gedaan”

Zonder te luisteren wat hij te zeggen had, liep ik weg. De dag is verder zonder enig geweld verlopen. Die dag was zwaar. Ik wens geen enkele moeder dit toe. Thuis aangekomen wist ik: mijn kind is echt weg, hij komt nooit meer terug.

Ik keek naar zijn speelgoed en kleren in mijn kamer en ik zakte in elkaar in de kamer. Ik heb gehuild tot ik niet meer kon. Hoe meer ik mezelf de schuld gaf, hoe meer pijn ik had. Ik dacht aan het verloop van de dag. Drie dagen na de begrafenis durfde Gilly een woord uit te brengen en zei: “Goedemorgen”, maar ik gaf geen antwoord.

Sinds Given is overleden hebben we niet echt gesproken. Ik sprak niet met hem, maar ik gaf hem niet de schuld van wat er is gebeurd. Ik was gewoon een teleurgestelde moeder die haar pijn niet wist te plaatsen. Ik dacht ook niet dat hij mijn kind vermoord heeft, maar soms vroeg ik mezelf wel af waarom mijn kind weg is en hij alleen een schram had overgehouden.

Nu twee weken later dacht ik voor het eerst aan hem en hoe hij zich voelde. Hij hield van Given. Hij nam hem vaak mee naar de speeltuin. Hij kocht leuke schoenen voor hem en als ze naar de winkel gingen, kwam Given altijd met een speelgoed terug. Waarom zou zo iemand zijn neefje opzettelijk pijn willen doen? Hij hield van hem, maar nu werd hij uitgemaakt voor moordenaar.

De dood van Given was het begin van de achteruitgang van Gilly. Op den duur zag je dat het hem echt zwaar had getroffen. Hij at en dronk niet. Hij kwam nauwelijks uit zijn kamer. Drie weken gingen voorbij en ik besloot mijn pijn aan de kant te zetten en ging met hem praten.

Het was avond toen ik aan zijn kamerdeur klopte. Ik kreeg geen antwoord en ging gewoon naar binnen. Gilly zat op zijn bed, zijn hoofd gebogen in het donker, alsof hij de wereld niet meer wilde zien.

“Het is niet jouw schuld Gilly”, zei ik zacht. Ik maakte het licht aan en ging naast hem zitten op bed.

Hij reageerde niet. “Heb je gehoord Gilly? Het is niet jouw schuld. We hielden allemaal van Given. Ik ben zijn moeder. Het doet pijn, maar ik denk niet dat je hem hebt vermoord. Sorry als ik je dat gevoel heb gegeven. Je hield van hem, we hielden allemaal van hem”

Op dat moment begon hij te huilen. “Ik heb Given bij de oppas genomen,” zei hij. “En ik heb hem niet teruggebracht.”

Zijn stem trilde zo erg dat het bijna niet meer klonk als zijn stem. Ik zette een arm om hem heen en zei: “Kom hier. Alleen God weet waarom dit moest gebeuren, maar het is niet jouw schuld Gilly. Ik wil niet dat je met die gedachte rondloopt”

Voor een lange tijd spraken we niet. We huilden en omhelsden elkaar alleen. “Ik reed niet hard, ik reed niet hard, ik reed niet hard, sorry, sorry, sorry,” fluisterde hij telkens opnieuw. Ik huilde en bracht even later eten voor hem. Hij at en viel in slaap, maar het verleden veranderde niet. Het bleef tussen ons als iets wat we allebei moesten leren dragen.

Ik dealde met de pijn en probeerde het een plek te geven, maar Gilly ging steeds verder achteruit. Hoe meer we probeerden hem op te krikken, hoe meer hij wegzonk in schuld en stilte. Ik zette mijn eigen verdriet soms opzij om naast hem te zitten, hem te laten eten, hem te laten drinken, hem eraan te herinneren dat hij nog hier was en het leven verder gaat.

Gilly’s business ging helemaal achteruit. Hij ging nauwelijks over straat. Een keer zag ik hem op de hoek drinken en roken. Dat moest voor mij een waarschuwing zijn dat dit echt verkeerd gaat, maar ik dacht dat hij zelf overheen zou komen.

Mijn zus en mijn ouders deden ook hun best om hem te troosten en verder te laten gaan met zijn leven, maar hij raakte in een diepe depressie. Vooral omdat Given’s vader hem het niet gemakkelijk maakte.

Hij vertelde aan iedereen dat Gilly zijn zoon had vermoord en hij werd overal raar aangekeken. Ik was natuurlijk de slechte moeder die zijn kind meestuurde met een moordenaar.

Precies een maand na de begrafenis zagen we dat Gilly zich vreemd gedroeg. Hij ging soms dagen weg en niemand wist waar hij was. We wisten pas hoe serieus het was toen we op een middag een geluid hoorden in de kamer alsof iemand viel. Niemand wist dat hij thuis was. Hij probeerde zich te verhangen, maar de ventilator boven was te zwak voor zijn gewicht, dus hij viel.

We wisten dat we als familie iets moesten doen met de pijn die we droegen toen mijn vader hem liet zitten en vroeg of hij ook hetzelfde met hem wilde doen. “Wat gaat de familie zeggen als ze horen dat je in mijn huis bent overleden Gilly?” Ik heb mijn zus beloofd dat ik voor je zal zorgen, heb ik je ooit anders behandeld? Waarom wil je dit met me doen? Wat gaat de familie van je vader zeggen?”

Die dag hebben we voor het eerst mijn vader zien huilen. Mijn zus riep me diezelfde middag en zei dat we als gezin naar een psycholoog moesten om te praten over dit trauma en zo hulp te zoeken. We bespraken het met iedereen en maakten er werk van. Die hulp en begeleiding heeft echt geholpen. We hebben allemaal kunnen zeggen wat we voelen en elkaar vergeven.

Het gaat nu beter met Gilly. Hij werkt weer en wordt langzaam weer de oude. Given komt nooit meer terug, maar ik denk dat zijn dood ons dichter bij elkaar heeft gebracht dan we waren. Het gemis is er nog, de pijn voelen we nog, maar als familie proberen we samen te blijven staan.

Moraal van het verhaal:

Soms is één gebeurtenis genoeg om een hele familie uit elkaar te rukken. Verdriet, schuldgevoel en verwijten kunnen mensen van elkaar verwijderen, juist wanneer ze elkaar het hardst nodig hebben.

Daarom is het belangrijk om niet alleen op je eigen pijn te letten, maar ook op die van de mensen om je heen. Niet iedereen die lijdt, laat dat zien.

Het verleden kan niemand veranderen, maar samen kunnen we wel de weg vooruit vinden. Hulp zoeken is geen teken van zwakte. Door te praten, naar elkaar te luisteren en elkaar vast te houden, kan een familie zelfs na een tragedie weer leren verder te gaan.

Lees Skin Firi (dl.1) hier

—EINDE—

Tip de schrijver
Scroll to Top