Skin firi (dl.1)
3 June 2026 · Priscilla Misiekaba - Kia
Ik had altijd een raar gevoel wanneer ik mijn neef vroeg om Given te gaan halen van de oppas.
Nu kan ik mezelf niet vergeven voor wat er is gebeurd. Soms moet je gewoon naar je gevoel luisteren.
Ik woon samen met mijn ouders en mijn zus en broertje. Mijn neef Gilly woont bij ons in, voor zolang ik mij kan herinneren, dus eigenlijk is hij onze broer. Dat zeggen we ook aan iedereen. Wie het weet, weet dan gewoon dat hij de zoon is van mijn vaders zus die jaren geleden is overleden.
Ik heb een goede baan waar ik goed verdien, maar vanwege de shifts kan ik niet elke dag mijn zoontje ophalen. Als mijn zus vrij is, vraag ik haar om hem op te halen, maar soms vraag ik ook mijn beste vriendin, die ook een kind heeft op dezelfde oppas.
Maar als het aan mij ligt, val ik vreemden niet lastig met zaken over mijn kind. Ik ben echt dankbaar voor mijn vriendin, ze klaagt nooit, maar ik ben een van de mensen die anderen niet tot last wil zijn.
De vader van mijn kind kan nooit helpen als het gaat om zijn kind, dus ik vraag hem allang niets meer. Het hoeft ook niet, want Given en ik hebben alles wat we nodig hebben. Het enige probleem is vervoer om hem op te halen als ik nog op kantoor zit.

Toen mijn neef zijn auto had gekocht, waren we allemaal blij. Gilly heeft een bijzondere plek in ons hart, vooral omdat hij geen moeder meer heeft. Mijn ouders hebben hem opgevoed als hun kind en hij heeft hen nooit beschaamd. Hij heeft altijd zijn best gedaan op school en is daarna gaan werken.
We hebben hem heel hard zien werken en gaan voor zijn doelen, dus toen hij zijn auto kocht, waren we blij. Ik had daarnaast ook een persoon erbij die ik kon vragen om mijn zoon op te halen.
Het gevoel dat ik kreeg was een gevoel van rusteloosheid. Alsof er iets zou gebeuren onderweg naar huis. Achteraf gezien denk ik dat dat gevoel niet zomaar kwam. Naarmate mijn neef groeide in zijn business merkten we dat hij iemand was die het nodig vond om te wijzen wat hij had.
Elke keer als ik hem vroeg om mijn zoontje te gaan halen, stuurde hij leuke video’s voor me waar ze stopten bij de winkel om lekkers te kopen of waar hij op muziek leuke snaps maakte. Eén ding dat altijd opviel is dat hij zijn gouden sieraden droeg, merkkleding en een stoere zithouding aannam achter het stuur.
Ik wist dat hij geen shady business deed, maar ergens was ik bang dat hij beroofd kon worden. Ik wilde er niet aan denken dat dit zou gebeuren op een moment waar mijn zoon erbij was.
Erger nog, ik zag hem een keer rijden in het verkeer en zijn rijgedrag was niet om naar huis te schrijven.
Ik sprak hem aan en vroeg hem te letten op zijn rijgedrag, vooral als hij met Given zou rijden. Hij zei dat hij het had gehoord, maar daarna kreeg ik geen video’s meer. Zijn rijgedrag was dus ook iets waarover ik me zorgen maakte.
Die dag dat ons leven ondersteboven werd gezet was een vrijdag. Ik zou tot laat werken en mijn zus zat ook op het werk. Ik belde mijn neef en hij zei dat hij over straat was en hem zou gaan halen als hij klaar was.

Die dag was het gevoel sterker. Mijn hart klopte op het werk, maar ik wilde niet steeds bellen om te vragen waar hij was. Dus ik wachtte rustig en na twee uur belde ik. Hij nam niet op.
Ik stuurde een app en zag dat het niet ging. Ik vond het al vreemd, want hij had internet en ik had hem eerder gesproken. Als moeder weet je wanneer er iets mis is met je kind. Je voelt het gewoon.
Ik belde naar huis om te horen of Gilly en Given al thuis waren, maar mijn moeder zei dat ze nog niet thuis waren.
Ik maakte me zorgen, maar mijn moeder probeerde te troosten en zei dat Gilly wat zaken in orde zou maken en dat ze misschien wat later zouden komen.
Ik legde neer, maar was nog niet gerust.
Na een uur kreeg ik de schrik van mijn leven.
Het was mijn moeder die belde: “Meid, kom nu naar het ziekenhuis. Gilly heeft een aanrijding gemaakt. ’s Lands”
Ik weet niet hoe ik heb gereden, maar ik kwam aan bij het ziekenhuis. Het enige waaraan ik dacht, was of mijn kind oké was. Gilly had een lichte schram aan zijn rechterbeen, maar Given lag met pijn op het ziekenhuisbed.
Toen ik aankwam, sprak hij nog. Hij huilde en zei “mama pijn.”
Gilly kon me niet in de ogen kijken, maar ik had even geen aandacht voor hem. Ik wilde weten of mijn kind buiten levensgevaar was.

“Dokter wat gebeurd er?”, vroeg ik gelijk toen de arts de kamer binnenkwam.
“We wachten nu op de labresultaten en de foto’s. Hij ziet er niet zo slecht uit”, zei de arts.
Als moeder was ik gerust. Ik bleef uren bij Given. De artsen deden hun ding en het ging beter met hem. Het was heel eng om mijn kind met zoveel apparaten aan zijn lichaam te zien, maar hij leefde en ik was opgelucht. Ik hield zijn hand en zong voor hem. Hij lachte zachtjes en ik was trots op mijn kind. Hij kon dwars door de pijn lachen.
Binnen enkele seconden veranderde alles. Ik was in een lichte sluimering toen ik plotseling alle machines hoorde piepen. Ik gilde “Zuster, zuster, roep de dokter”
Vanaf toen zag ik iedereen links en rechts rennen. Ik zag hoe ze hem reanimeerden.
“Blijf bij mama, schat… blijf bij mama,” fluisterde ik steeds opnieuw, terwijl mijn stem brak en mijn lichaam niet meer luisterde naar mijn kracht.
Hij kwam nog even bij bewustzijn. Heel kort. Zijn ogen zochten de mijne en ik was blij dat ik daar was. Ik boog over hem heen, mijn gezicht tegen het zijne, terwijl ik zijn naam bleef zeggen.
“Given… mama is hier. Mama is hier.”
Zijn hand kneep nog heel zacht in de mijne en toen werd het stil. Ik bleef hem vasthouden, ook toen ik voelde dat hij niet meer terugkwam naar mij. Mijn tranen vielen op zijn gezicht terwijl ik hem wiegde, alsof ik hem nog kon beschermen tegen wat al gebeurd was.
Ik begon zijn favoriete lied te zingen alsof dat hem terug zou brengen. “God zei Noach bouw een ark… zing noh baby, zing…” zei ik terwijl ik hem in mijn armen hield.

Maar Given bewoog niet. Hij was al weg.
Given is overleden in mijn armen. Hij was pas 3. Hij was het enige dat ik had. Hij was de reden waarom ik deed wat ik deed en hij was in een keer weg. Ik heb twee dagen lang non-stop gehuild, maar de pijn van het verlies van mijn kind was niet zo zwaar als het schuldgevoel dat ik had.
Waarom heb ik niet naar mijn gevoel geluisterd? Waarom heb ik Gilly gevraagd om hem te nemen?
In ons huis was de sfeer vanaf het overlijden van Given niet meer hetzelfde. Het leek alsof iedereen in hetzelfde huis leefde maar op een andere plek was.
Niemand wist hoe je dit moest benoemen, dus we zwegen vooral. De stilte zat in de muren, in de keuken, zelfs in de manier waarop deuren gesloten werden.
In het begin sprak ik niet met Gilly, want ik had hem gewaarschuwd. Ik had hem gezegd dat hij moest opletten, vooral omdat hij mijn kind vervoerde. Elke keer als ik hem zag…
