De dood van tante Hilda (dl.1)
1 April 2026 · Priscilla Misiekaba - Kia
Als niets anders de familie bij elkaar kan brengen, kan de dood dat gegarandeerd wel. In Suriname weet je hoe het eraan toegaat bij een dede. Sari de ma lafu de toe en soms drama waarop je niet had gerekend.
De dood van tante Hilda heeft pijn gedaan, maar het heeft me ook heel anders leren kijken naar de mens. Vooral naar sma san e kar den srefi famiri.

Tante Hilda was mijn favo tante. Ik hield van haar en ging naar haar toe voor levenslessen. Ze was als een tweede moeder voor me en een goede vriend in tijden van radeloosheid. Als ik met vragen zat over school, over vriendschap, over jongens of gewoon over het leven, dan was zij mijn eerste stop.
“Tante, denk je dat ik overdrijf?” vroeg ik haar eens.
Ze keek me dan strak aan en zei: “Mi ptieng, als jij voelt dat iets niet klopt, dan klopt het meestal ook niet. Maar je moet leren rustig denken voordat je handelt.”

Tante Hilda zou je altijd de waarheid zeggen, ook al zou je boos worden. Maar ze was ook gewoon een lieve vrouw. Ze kon streng zijn in haar woorden, maar haar ogen verraadden altijd zachtheid.
Vreemd genoeg was ik de enige die vaker bij haar was. Ze had geen man en ook geen kinderen en wilde daar nooit over praten. Als iemand erover begon, veranderde ze het onderwerp of zei ze kort: “Niet alles is voor iedereen.”
Over de rest van de familie sprak ze niet veel. Maar als ze het moest doen, had ze geen goed woord over. Ze vroeg me altijd om voorzichtig te zijn met mensen, ook al zijn ze dichtbij als vrienden of familie.

“Miquella,” zei ze eens terwijl ze in haar tuin bezig was, “niet iedereen die familie is, houdt van je. Onthoud dat.”
Ik heb haar ooit durven vragen wat de reden was dat ze niet zo close was met de rest van de familie. Ze keek me toen lang aan.
“Je zal het een keer wel weten,” zei ze zacht.
De dood van tante Hilda kwam als een verrassing. Ze was niet ziek. Ik had haar nog gesproken. Maar het leek alsof ze het wist.
Een dag voor haar overlijden zei ze:
“Miquella, dit is de sleutel van het huis. Neem het. Ik ga morgen voor lange tijd weg, maar ik wil dat je komt om af te stoffen en te zorgen voor mijn plantjes. Onder geen enkele omstandigheid moet je andere mensen in mijn huis laten.”

Ik lachte. “Tante Hilda, wie ga ik in uw huis brengen? Ik kom toch altijd alleen hier. Maar waar gaat u zo lang dat ik moet komen afstoffen?”
Ze riep me bij zich, gaf me een brasa en zei:
“Ie vrijpostig, mi bigi bigi sma.”
Tante Hilda was bijna zestig, maar ze was vol leven. Ze zocht altijd iets om te doen en wilde nooit stilzitten. Of ze bij de kerk hielp of bestellingen had voor viadoe en pom, ze was bezig in haar tuin vol verse groenten. Veel van wat ik nu kan in de keuken, heb ik van haar geleerd.

Het is geen grote familie, dus sommigen van ons hoorden het via onze ouders en anderen via een nicht of neef. Ze was op de poli overleden.
Toen ik aankwam, was het al druk. Ik zag vele ooms en tantes en ook nichten en neven. Mensen praatten door elkaar. Sommigen huilden luid, anderen fluisterden in hoekjes.
Nadat de lijkenwagen haar lichaam had weggebracht, riep mijn oom me.
“Miquella,” zei hij kort. “Geef me die sleutel van het huis. Ik weet dat hij bij jou is.”

Ik schrok. Hoe wist hij dat?
“Welke sleutel, oom?”
“Doe niet alsof. Die sleutel die Hilda je heeft gegeven.”
Ik wist dat tante Hilda had gezegd om niemand in haar huis te laten. Maar nu was ze dood. Ik dacht dat ze een paar dagen weg zou blijven, niet dat ze nooit meer terug zou komen.
Met trillende handen gaf ik mijn oom de sleutel. Hij pakte hem zonder me aan te kijken. De volgende dag ging ik naar het huis. Toen ik binnenkwam, zag ik dat alles overhoop was gehaald.

Ik was zo boos. Tante Hilda zou haar huis nooit zo hebben achtergelaten. Ze was netjes, georganiseerd. Alles had een plek.
“Wat zoeken ze?” fluisterde ik hardop in de lege woonkamer.
Op dat moment besloot ik iemand te bellen om de sloten te vervangen. Ik besloot daar te blijven slapen en alles op te ruimen. Ik wilde niet dat haar huis zo achterbleef.
Die avond maakte ik iets mee dat ik alleen in films had gezien. Om drie uur in de ochtend werd ik wakker omdat ik het plotseling koud had.

Ik draaide me om en in de hoek van de kamer zag ik tante Hilda staan met dezelfde vriendelijke smile die ze altijd had.
“Kom,” riep ze me.
Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik wist niet of ik moest gillen of moest doen wat ze zei. Ik weet niet waar ik die durf vandaan haalde. Misschien omdat ze er niet scary uitzag. Ze zag eruit zoals altijd.
Ik stond op van het bed en ging naar haar toe. Ze liep de kamer uit en ik ging achter haar aan. Ze ging haar slaapkamer binnen.

Ze deed niets zelf. Ze sprak ook niet. Maar met bewegingen kon ze me tonen wat ik moest doen. Bij haar klerenkast bleef ze staan en wees me om de onderste lade open te doen.
Ik deed het open en zag alleen maar tafelkleden en handdoeken. Ze wenkte me om alles eruit te halen.
Ik haalde alles eruit en zag toen dat er achterin nog een ruimte was. Ik schoof met een plank en er kwam een houten kistje tevoorschijn.

Mijn adem stokte.
Ik keek naar haar.
Ze maakte een gebaar dat ik het moest nemen. Ik pakte het kistje en deed het open. Binnenin lag een oude schrift en grondpapieren. Ik wilde het openmaken, maar ze schudde haar hoofd.
Ik sloot het schrift weer, zette alles precies terug zoals het was en schoof de plank weer op zijn plaats. Toen ik klaar was, keek ik om. Ze was weg.
Voor de rest van de avond kon ik geen oog dichtdoen. Ik lag te denken: wat stond er in het schrift? Waarom werd het zo ver verborgen? Waarom mocht ik het niet openen?


Ik was wakker tot zes uur in de ochtend.
Ik stond op, gaf de bloemen en planten water en ging daarna in bad. Het warme water kon de kou van die nacht niet helemaal wegspoelen.
Ik stopte het schrift in mijn tas. Terwijl ik naar huis reed, dacht ik na over wat de familie zou zeggen als ze zouden doorhebben dat ik de sloten had vervangen.
Diep vanbinnen wist ik dat wat er ook in dat schrift stond, het de reden was waarom het huis overhoop was gehaald.
Kijk uit naar deel 2 op vrijdag 3 april..
